Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Lessen van een kraai: hij voelt een enge revolutie

PlusTheodor Holman

Vier dagen geleden. Deuren open vanwege de hitte. Op het platje landt een kraai.

“Zeg het maar, kraai.”

Hij schokt zijn kopje naar mij, maar zwijgt. Hij blijft op het platje. Ik werp hem een klein hondensnoepje toe en hij pakt dat razendsnel op en kijkt mij aan. Ik geef hem weer een hondensnoepje. Als ik opsta, vliegt hij weg.

De afgelopen dagen keerde hij terug, wachtte op de twee, drie snoepjes en zonder opgaaf van reden vertrok hij weer.

“Wil je mij wat zeggen, kraai?”

Nu ben ik geen religieus mens, maar toch…

Eergisteren merkte ik dat ik een vreemd soort geluksgevoel ervaarde toen ik hem zag.

“Dag vriend.”

Schokkend kopje. Ik wachtte expres. Hij bleef op het platje, kwam niet dichterbij.

Ik gooide twee snoepjes. Eentje naar hem en eentje minder ver van me af.

“Wie ben jij toch?” vroeg ik.

“Martin Luther King,” hoorde ik opeens.

“Pardon?” Ik schrok. “Hoe zeg je dat je heet?”

“Jan Pieterszoon Coen!”

“Hè? Wat?”

“Zwarte Piet.”

Ik hoorde het duidelijk, het kleine bekje ging ook heen en weer.

Wat had ik gedronken? Niks. Ook niks gerookt. 

Zelfs geen ayahuasca gedronken. 

Slechts twee boterhammen met kaas en één met osseworst gegeten.

“Hoe komt het dat je praat?”

“Hoe komt het dat jij Kraais spreekt?” vroeg hij.

“Ik spreek geen Kraais.”

“Jawel, je vroeg wie ik was…”

“Maar je zei steeds iets anders.”

Ik wierp hem nog een hondensnoepje toe, dat hij meteen oppikte.

“Je schrok,” zei de kraai toen. “Schrok je van mijn naam of dat ik kon praten?”

“Beide,” zei ik.

“Ja, als je nog eens had gevraagd, had ik gezegd: Adolf Hitler of Willem Drees, of Anton de Kom.”

“Wil je me een les leren?” vroeg ik, want ik wist dat als dieren in verhalen gaan praten, dat er dan een les aankomt.

“Neuh,” zei de kraai,” alleen dat ik boven de stad vlieg die vroeger gevuld was met mensen, maar nu met misnoegen. Van grote hoogten zie ik tweedelingen, in de wind zit haat en ik ruik agressie.”

“Dat valt toch wel mee?”

De kraai kwam op mijn schouder zitten en fluisterde.

“Het valt niet mee! We zien het allemaal van bovenaf. De kraaien, de kauwtjes, de ­duiven, de mussen. Jullie willen dichter naar elkaar toe lopen, maar staan verder van elkaar af dan een paar maanden geleden. Ik voel een enge revolutie.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden