Plus Column

Lennon en McCartney zorgden voor de muzikale oerknal

Gijs Groenteman Beeld Linda Stulic

Ja mensen, afgelopen zondag draafde ik dom achter mijn zoontje aan, hij wilde met mij voetballen op een hobbelig grasveldje, en alhoewel ik wist dat ik daar te oud en te dik voor ben, ging ik achter een bal aan, verstapte me en verstuikte mijn enkel.

Nu is mijn voet een soort olifantspoot die veel pijn doet en wil ik niet meer lopen. Alleen nog maar chagrijnig op de bank zitten. En nadenken over The Beatles. Dat is namelijk het enige waar ik altíjd zin in heb: op de bank zitten en nadenken over The Beatles. Ik vermoed dat ik, op de dag dat ik lang genoeg heb nagedacht over The Beatles, als ik snap hoe het wonder zich heeft kunnen voltrekken, ik het leven begrijp en het universum doorgrond. Dan kan ik rustig doodgaan.

Voor Rick Rubin, de legendarisch muziekproducer, zijn The Beatles het godsbewijs: 'It transcends everything. It's much bigger than four kids from Liverpool. For me the Beatles are proof of the existence of God. It's so good and so far beyond everyone else that it's not them.'

Zelf zou ik eigenlijk niet weten hoe ik in God moet geloven, maar eerlijk is eerlijk, in dit geval snap ik wat Rick Rubin bedoelt. Hoe verder het Beatlestijdperk achter ons ligt, hoe mythischer hun verhaal wordt. Zelfs Paul McCartney heeft een tijd geleden in een interview gezegd dat hij zich eigenlijk niet kan voorstellen dat hij het werkelijk zelf was, in die groep.

Nu wordt er gevierd dat John Lennon precies vijftig jaar geleden een week hier in Amsterdam was, met Yoko Ono, op huwelijksreis in het Hilton. De ene heerlijke foto na het andere verrukkelijke filmpje komt voorbij. John was in zijn messias­periode - 'The way things are going, they're gonna crucify me', zong hij over deze trip, uiteindelijk heeft hij gelijk gekregen.

Toen ik de aflevering van Andere Tijden over het hotelbezoek van John en Yoko zag, viel me weer op hoe ongelofelijk benaderbaar Lennon was. Terwijl ­Yoko met haar stoïcijnse, afwerende blik in bed zat, leek Lennon met iedereen die aan de ­bedrand verscheen - en dat was een nogal bonte stoet aan mensen - contact te willen maken.

Hij keek ze nieuwsgierig aan, hij stelde ze vragen, hij was geïnteresseerd, hij vertelde, hij voerde geagiteerde discussies.

Lennon was een confronterende persoonlijkheid met een sardonisch gevoel voor humor, iemand die al zijn pijn en frustraties op tafel gooide, vaak onaangenaam en agressief was, soms ronduit gewelddadig. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik enige opwinding voel over het feit dat juist hij zijn tegenpool is tegengekomen: Paul McCartney, dat olijke muzikale genie, pleaser tot in zijn kleinste vezel. En dat die wrijving voor de oerknal van de popmuziek heeft gezorgd.

Mag ik het universum op deze plek, zoveel jaar na dato, daar nog eens grondig voor bedanken?

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden