Massih Hutak. Beeld Artur Krynicki
Massih Hutak.Beeld Artur Krynicki

Laten we praten over mentale gezondheid uit de taboesfeer halen

PlusMassih Hutak

Mijn beste vriend is gisteren dertig geworden. Na het avondeten facetimeden we elkaar en zong Kindjongen ­Happy Birthday voor hem. Toen ik hem vroeg hoe hij zich voelde, zei hij kort en gemeend: “Ik voel me dertig. Goed, dus. Rustig.”

Straks is het ook voor mij zover. Ik weet nog goed hoe we hier als tieners en later als twintigers over fantaseerden en tegenop zagen. En hoe spannend we het maakten. Omdat we allerlei ideeën hadden bij wat dertig moest zijn. Een combinatie van jeugdige naïviteit, onzekerheid en verwachtingen uit onze omgeving.

Voor mij staat dertig worden nog meer in het teken van mijn vaderschap dan nu al het geval is. En in het teken van het zijn van een partner. Tegelijkertijd probeer ik plekken in m’n jeugd te onderzoeken die ik voorheen niet kende of niet durfde te verkennen.

‘Ik bleef in leven omdat ik leerde hoe ik de wapens die mijn moeder me gaf, ook kon gebruiken om de strijd aan te binden met de dingen in mezelf die geen naam hadden. En in leven blijven is het grootste liefdes­geschenk. Soms is het voor Zwarte moeders het enig mogelijke geschenk, en gaat de tederheid verloren. Mijn moeder zette me op de wereld alsof ze een woedende boodschap in marmer beitelde.’

Aldus Audre Lorde in haar boek Sister Outsider, dat in 1984 uitkwam, maar vorig jaar pas verscheen in een Nederlandse vertaling. In het hoofdstuk waar dit citaat uit komt, schrijft zij over woede en haat. Hoe ze die, door de prominente aanwezigheid in haar jeugd, gemetaboliseerd heeft en meedraagt in haar cellen. En waarom woede en haat en de dingen die daaruit voortvloeien of er aan doen denken je paradoxaal genoeg een veilig en vertrouwd gevoel geven. Je bent niet anders gewend.

‘Mijn moeder zette me op de wereld alsof ze een woedende boodschap in marmer beitelde.’ Die zin blijft echoën in m’n hoofd.

Als tiener en als twintiger heb ik mezelf getraind in alles en iedereen van alles kwalijk nemen. Vooral als ze een rol hadden in m’n opvoeding. Of dat hadden nagelaten. En terecht. Nu leer ik mezelf om te accepteren en los te laten. En vergeven, het moeilijkste wat er is. Vooral mezelf vergeven. Maar ik hoef het niet alleen te doen.

Laten we vragen om hulp normaliseren en praten over problemen en mentale gezondheid uit de taboesfeer halen. Dit ben ik op dit moment aan het (af)leren. Onze ouders hebben ons naast de trauma’s van hun generatie namelijk ook de krachten van hun generatie gegeven. Ze zetten ons op de wereld ‘alsof ze een woedende boodschap in marmer beitelden’. Aan ons de verantwoordelijkheid om deze boodschap te waarborgen en tegelijkertijd het marmer liefdevol te verzorgen. Zoals onze voor­ouders elkaars wonden genazen.

Rapper en schrijver Massih Hutak (1992) schrijft columns voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden