Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Laat mij maar lekker overal buiten

PlusPaul Vugts

Paul Vugts

Het was weer zo ver. Diverse officieren van justitie grepen de laatste weken mijn aanwezigheid in de rechtszaal aan om kracht te zetten bij hun oproep aan de rechters de verdachte in de cel te houden.

“De aanwezigheid van de journalist geeft wel aan dat de maatschappij zwaar aan deze zaak tilt.” Zoiets. Niet zo vreemd dat die verdachte dan denkt: nou, bedankt, Vugts.

Dat zit zo. Als een verdachte in voorarrest zit, bespreekt de rechtbank elke drie maanden op een openbare zitting de voortgang van het onderzoek. Op een ‘pro forma’, in jargon: een formele tussenzitting. Vaak komt de vraag aan de orde of de verdachte vast moet blijven zitten.

Eén terugkerend argument in zwaardere zaken is de zogeheten ‘twaalfjaarsgrond’. Staat op het misdrijf waarvan de verdachte wordt beschuldigd een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar of meer, dan wordt er gekeken of ‘de rechtsorde ernstig geschokt zou zijn’ als die verdachte van zo’n heftig misdrijf al snel weer zou worden vrijgelaten.

In de weging over die te verwachten schok in de maatschappij kan de aanwezigheid van een journalist meetellen. Die vindt de zaak kennelijk gewichtig en diens berichtgeving kan verontwaardiging om een vrijlating aanwakkeren.

Deze week draaide de verdachte van een schietpartij zich weer naar me om nadat de aanklager mijn aanwezigheid had gekoppeld aan zijn klemmende verzoek hem vooral in de cel te houden.

Laat het nou net zo zijn dat wij journalisten maar twee wapens hebben: betrouwbaarheid én onpartijdigheid. Dus word ik niet graag in een kamp getrokken, uit welk opportunisme dan ook, en als een soort breekijzer gebruikt.

Nog zoiets: vruchteloos gespeculeer van aanklagers en advocaten over wie dossierstukken naar een journalist heeft ‘gelekt’, als die in een vroeg stadium van het strafproces al details heeft gepubliceerd. Dat in de rechtszaal pompeus raden naar de bron is nooit écht bedoeld om duidelijkheid te verkrijgen, want niemand zal de vraag beantwoorden wie informatie gaf. Om en om roepen de procespartijen dat zíj het lek niet waren. Het is me meermaals gebeurd dat nota bene de partij die me in mijn zoektocht naar de feiten wat had bijgelicht, in de rechtszaal de hoogste toon aansloeg over dat schandalige lekken.

Nogmaals: doe maar niet.

Officieren of advocaten hoeven me in een strafzaak ook niet als getuige op te roepen, of daarmee te schermen, want ik zal me altijd op mijn edele verschoningsrecht beroepen.

Kortom, dames en heren procespartijen: laat mij maar lekker overal buiten. Mijn plek is achterin de zaal in de persbanken, waar ik rustig verslag doe van wat wordt besproken. Dat is het en moet het zijn. Een actievere rol in strafprocessen ambieer ik niet, mild uitgedrukt.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever. In de Taghi Podcast vertelt hij samen met collega Wouter Laumans over ontwikkelingen in het proces rond Ridouan Taghi.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden