Plus Max Pam en Paul Brill

Laat Amsterdam zich aan New York spiegelen

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: drugsstad. 

Max Pam en Paul Brill Beeld Artur Krynicki

Pam

Volgens ‘een verkennend onderzoek’ van hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en journalist Jan Tromp is de omvang van het drugsgebruik in Amsterdam en de rol die de onderwereld daarin speelt, nauwelijks te overzien. De Achterkant van Amsterdam heet hun rapport, dat vooral een aanklacht is tegen de machteloosheid van de overheden om de problematiek te tackelen. Er is meer onderzoek nodig om werkelijk ­inzicht te krijgen en dan hebben wij het nog niet eens over beleidsmaatregelen die daaruit ­voortvloeien.

Als de overheid al geen inzicht heeft, en twee gerenommeerde onderzoekers hebben dat evenmin, wie ben ik dan om iets te zeggen over dit ­onderwerp? Toch is mij wel het een en ander ­opgevallen. In sommige delen is een vitale stad veranderd in een lethargische identiteit met een volgevreten buik. Oud-Zuid, bijvoorbeeld, is nog steeds een van de mooiste buurten van Amsterdam, maar toen ik ruim twintig jaar geleden aan de rand kwam wonen, zag je nog bewoners met een vioolkist (en daar zat geen geweer in) naar het Concertgebouw fietsen. Werk en wonen hoorden toen nog bij ­elkaar.

Wie nu door de Concertgebouwbuurt fietst, ziet vooral dikke safaribestendige auto’s geparkeerd staan. De nieuwste Porsches, Range ­Rovers en BMW’s staan te flonkeren voor huizen die in korte tijd miljoenen waard zijn geworden. Als ik een bekende strafpleiter in zijn nieuwe Rolls Royce door de buurt zie tuffen, dan begrijp ik dat hij deze ordinaire patserbak heeft betaald met de royalty’s van zijn laatste boekje – en ­helemáál niet met de honoraria van zijn drugs­cliënten. Of dat ook geldt voor de nieuwe ­bewoners in Zuid, vraag ik mij ernstig af.

Nergens worden zoveel gehypete badkamers naar binnengedragen, dakterrassen neer­gekwakt en woningen onherstelbaar gerenoveerd als in de buurt van het Concertgebouw. Het boekje Roofbouw op Oud-Zuid, van de historicus Rudolf Dekker, dat de totale desinteresse toont van de gemeente in de oorspronkelijke ­architectuur en in de daarbij horende woon­omgeving, is bepaald schokkend.

Nieuwe notarissen, juristen en makelaars ­komen op deze ontwikkeling af als zwijnen op truffels. Kaas-, ijs- en modewinkels volgen snel. In de grachtengordel is het vaak niet anders en ongetwijfeld zijn er meer buurten waar de ethiek van de belastingbetaler niet erg hoog wordt gehouden.

Volgens het rapport van Tops en Tromp wordt op basis van rioolwateronderzoek gesteld dat in Amsterdam jaarlijks voor 75 miljoen euro aan coke wordt gebruikt. Dat is rioolwater dragen naar de zee, in hoeveelheden waarmee je alle Chinese en Russische legers in één klap kunt ­uitschakelen. Van dat geld kun je ook heel wat regenwouden redden.

Brill

Anderhalve week geleden werd door de Belgische publieke ­omroep de thriller Marathon Man van John Schlesinger ­uitgezonden. Een film uit 1976, die inmiddels de status van ­klassieker heeft bereikt.

Ik had hem ooit gezien, maar was de plot ­grotendeels vergeten. Een jonge Amerikaanse ­student die traint voor de marathon (Dustin Hoffman), raakt bij toeval betrokken bij een ­louche zaak rond een collectie kostbare diamanten, die in het bezit is van een naar Zuid-Amerika gevluchte oud-nazi, type Mengele. Deze komt naar New York om zijn bezit veilig te stellen. Daarbij grijpt hij terug op martelmethoden die hij in het concentratiekamp placht toe te passen.

Het verhaal zit, op de keper beschouwd, niet helemaal logisch in elkaar, maar de suspense heeft niet aan kracht verloren. En wat me vooral trof, waren de beelden van New York. Schlesinger laat een verloederde stad zien, gespeend van de allure die je met New York associeert.

Dat spoort met de realiteit van toen. New York beleefde in de jaren zeventig en tachtig een van de slechtste perioden uit zijn geschiedenis. De stad kampte met een slecht vestigings­klimaat, een krimpende bevolking en terug­lopende belastinginkomsten. Een bankroet kwam akelig dichtbij. Er werd bezuinigd op tal van overheidsdiensten, waaronder de politie. Mede als gevolg daarvan tierde de misdaad welig. Straatberovingen waren aan de orde van de dag en het aantal moorden verdubbelde. Tal van wijken werden geterroriseerd door drugsbendes, bij herhaling waren er bomaanslagen.

Veel geweld was raciaal en etnisch gekleurd. Berucht was de Black Liberation Army, die streed voor zelfbeschikking van de zwarte gemeenschap, maar in feite grossierde in criminele activiteiten. Iets soortgelijks was er aan de hand in de Latinowijken, waar de FALN (Fuerzas Armadas de Liberación Nacional) dood en verderf zaaide. Toch werd de strijd ertegen met enige schroom gevoerd, want de links-liberale bestuurders vreesden het verwijt dat ze voorbij­gingen aan de discriminatie waaraan de minderheden al zo lang bloot hadden gestaan.

In de jaren negentig trad een kentering in. De economie veerde op, het inwonertal ­begon weer te stijgen. Er kwamen slagvaardiger burgemeesters met minder scrupules. Met name Rudy ­Giuliani, die in 2001 een heldenrol zou spelen na 11 september, drong de misdaad sterk terug met zijn zerotolerancebeleid.

Natuurlijk is niet alles rozengeur en maneschijn, maar anno 2019 geldt weer volop het woord van John Updike: ‘New Yorkers kunnen zich niet voorstellen dat je ergens anders zou willen wonen.’ Laat Amsterdam zich daaraan spiegelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden