Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Kwaad ben ik nooit geweest als hij weer eens uit mijn leven was verdwenen

PlusMaarten Moll

Met Hartjes dwaalde ik over de grachten.

Hij is net weer in Amsterdam komen wonen na een aantal omzwervingen.

Ik ken hem nog van school, waar hij in zijn examenjaar vlak voor kerst twee toiletpotten opblies.

Had hij me niet laten weten dat hij al een paar maanden hier was neergestreken. Maar ik ben hem al zo vaak uit het oog verloren.

Fietje leeft niet meer, dat wist ik nog.

We liepen wat, hij had me net verteld dat hij ziek was geweest, toen hij in de verte de grote Amsterdamse schrijver A.F.Th. van der Heijden dacht te zien lopen.

Hartjes stootte me aan.

Daar gingen we weer.

Hartjes heeft iets met schrijvers. Ooit was hij verliefd op Donna Tartt, misschien is hij het nog steeds, geen idee. Hij kende hele stukken uit De verborgen geschie­denis uit zijn hoofd.

Op een dag sleurde hij me mee, want Donna Tartt was in de stad. Gesignaleerd op de damesafdeling van de Bijenkorf. We postten een uur bij de pashokjes, en daarna een paar uur op de stoep van Hotel Ambassade.

“Wist je dat in De verborgen geschiedenis Grolsch wordt gedronken?” zei hij.

Donna Tartt hebben we die dag niet gezien.

Kwaad ben ik nooit geweest als hij weer eens uit mijn leven was verdwenen, want Hartjes was echt zo’n opduiker. Zag ik hem maanden niet, soms wel langer, stond-ie opeens weer voor mijn neus. Altijd in het beste humeur. Auto voor de deur. Haring eten in Velsen, naar zijn moeder in Nijmegen. Een keer kwam hij de trap op in een strak pak. Werkte hij als importeur van kopieermachines. Of ik meeging naar een feest bovenin het Okura.

En dan was-ie weer een tijd niet te bereiken. Na dat gedoe met Fietje is hij zeker een jaar of zes, zeven uit Amsterdam weggebleven.

Ik heb lang gedacht dat iedereen zo’n vriend had. Iemand die net niet bij je past. Een vriend uit een kort verhaal die aan het slot overlijdt, en eigenlijk nooit heeft begrepen waarom hij op deze aardkloot heeft rondgebanjerd.

Maar Hartjes is er nog. Nog steeds op zwarte schoenen. Verwaarloosbare grijze haren. Hij heeft goed geboerd, zie ik aan de ringen om zijn vingers.

In de verte liep A.F.Th.

We hebben ooit de kroegentochten uit Advocaat van de hanen nagespeeld. Hartjes beloofde daarna dat we nooit weer wodka zouden drinken.

Toen A.F.Th. zich even later een kwartslag omdraaide en voor een winkel bleef staan, zagen we dat het niet de schrijver was.

“Hij werkt alweer aan een cyclus, een erotische dit keer,” zei Hartjes, en we liepen van de dubbelganger weg.

Ik zag dat hij met zijn rechtervoet sleepte.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden