Plus Column

Kunstenaar Erwin de Vries voelde zich in eigen land onbegrepen

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

Hier op de redactie staat een borstbeeld van Simon Carmiggelt, pal naast de vergadertafel zodat de voormalige sterkhouder van Het Parool postuum kan meeluisteren naar onze plannen voor de komende dagen. Hij kan behoorlijk knorrig kijken, die Carmiggelt.

In 2009 mocht ik de maker van het beeld interviewen in Paramaribo, in zijn woning aan de Surinamerivier.

Erwin de Vries vertelde eerlijk dat het maken van beelden van beroemdheden in de jaren zeventig en tachtig vooral een welkome bijverdienste was geweest in tijden dat het hem als kunstenaar grote moeite kostte de eindjes aan elkaar te knopen.

De vorige week op 88-jarige leeftijd overleden De Vries ontwikkelde een simpele maar effectieve aanpak. De geselecteerde beroemdheden bleken doorgaans verguld met het aanbod hun nobele gelaatstrekken in brons te vereeuwigen, en vervolgens kostte het weinig moeite in de omgeving van het geliefde model een afnemer te vinden voor het beeld.

Zo kwam Carmiggelt op onze ­redactie terecht, Joop den Uyl op het stadhuis en Wim Kan in de Haagse Schouwburg. Toon Hermans werd verkocht aan Carré, maar de uitgekookte kunstenaar wist van dat beeld ook nog een afgietsel te slijten aan de schouwburg in Sittard.

De Vries bleef beelden maken, ook na zijn terugkeer naar Suriname. Anthony Nesty, Clarence Seedorf, Anton de Kom, Henck Arron en nog veel anderen vonden wel ergens een plekje. Zoals dat gaat met borstbeelden: er zitten beslist geslaagde exemplaren tussen, maar af en toe is het goed dat er een naam op de sokkel staat.

Ik gunde de grote kunstenaar natuurlijk van harte de omzet van zijn beeldenwinkeltje, maar die lange stoet van beroemdheden zorgde er wel voor dat zijn belangrijke werk steeds verder naar de achtergrond verdween: de honderden beelden en schilderijen die Corneille vanwege hun uiting van uitbundige levensvreugde deden verzuchten dat Erwin de Vries 'de trommels graag laat dreunen'.

De Vries hield zielsveel van Suriname, en Suriname hield ook van hem, maar als kunstenaar voelde hij zich in eigen land vooral miskend en onbegrepen. Grote opdrachten kreeg hij niet, en ook het ultieme eerbetoon in de vorm van een museum met een overzicht van zijn beste werk kwam er niet.

In plaats daarvan schonk De Vries eind vorig jaar een borstbeeld van zichzelf aan de staat. Dat gebaar stemde eerlijk gezegd nogal treurig. Bij gebrek aan erkenning van zijn status als enige beeldend kunstenaar van Suriname met een grote internationale reputatie, stapte de oude leeuw zelf maar op de sokkel.

Misschien gebeurt er nog wat in Suriname, maar anders moet dat museum voor Erwin de Vries maar gewoon in Amsterdam komen. In Zuidoost wordt nog nagedacht over een nieuw museum.

Een mooie kunsthal kan dat worden, met een paar borstbeelden, vooruit dan maar, maar vooral met beelden en doeken die de trommels tot in de wijde omgeving laten dreunen.

Lees ook: Erwin de Vries (1929-2018): Surinaamse koning van het borstbeeld

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden