Art Rooijakkers en zijn twee dochtertjes Beeld Artur Krynicki

Kunnen mijn dochters straks nog een huis vinden in de stad?

Plus Art Rooijakkers

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: kunnen ze nog een huis vinden in de stad?

Op een regenachtige woensdagavond kwam onze vaste oppas terneergeslagen binnen. Schuld van Het Parool. Ze had als student sinds een paar maanden eindelijk haar eerste kamer. En vooruit, het huis was te vol, te opgehokt en de huurbaas niet al te koosjer, maar het was haar eerste eigen plekje. Toen verschenen de verhalen over prins Bernhard en zijn 349 panden. Bleek zij in een daarvan te wonen. En moest ze, net als haar huisgenoten, verhuizen.

Het deed me denken aan mijn eigen rommelige start in Amsterdam. Onderhuur, beschimmelde flats, antikraak. Het duurde even voordat ik een fatsoenlijk huis vond. De vraag is of mijn dochters dat ooit zal lukken. Sinds ik vader ben, lig ik van veel dingen wakker en dit is er een van. De afgelopen vijf jaar zijn de woningprijzen met ruim zestig procent gestegen, terwijl het inkomen van de gemiddelde Amsterdammer maar met iets meer dan 4 procent omhoogging. Dat maakt Amsterdam volgens de Knight Frank Affordability Monitor de minst betaal­bare stad om te wonen. Ter wereld.

Zeker voor starters is de stad onbetaalbaar geworden. Kopen is praktisch onmogelijk, omdat particuliere beleggers in sommige wijken meer dan een vijfde van alle woningen opkopen. En huren? Vind maar eens iets betaalbaars nu de halve binnenstad wordt verhuurd aan duizenden rolkoffersleurende, wafelvretende budgettoeristen die de Wallen onderpissen.

Tot zover mijn pessimisme. Over naar daadkracht. Ik bel voorzitter Jerry Wijnen van de Makelaars Vereniging Amsterdam (MVA). “Ik wil graag een zoekopdracht uitzetten voor een appartement voor mijn tweeling voor over 18 jaar.” Wijnen doet iets wat makelaars niet vaak gebeurt, hij valt even stil. Om zich snel te herpakken: “Ik snap je vraag, Amsterdam blijft de komende tijd erg gewild. Maar ik kan je niet helpen, tenzij je nu alvast iets wil kopen voor ze.”

Door naar Peter Boelhouwer, hoogleraar Housing Systems aan de TU Delft en de man die eerder dit jaar code rood afgaf voor de woningmarkt. Voor geruststelling hoef ik niet aan te kloppen: “De situatie nu is zorgelijk met een woningtekort van ruim 5 procent in Groot-Amsterdam en ik verwacht niet dat het beter is wanneer jouw dochters de markt op komen.”

Stel dat mijn dochters het lukt om iets te vinden, hoe zien hun huizen er dan uit? Boelhouwer: “Er is een cultuurverandering gaande richting woning delen en kleiner wonen, zoals in Parijs. Eenkamerwoningen van 30 vierkante meter zijn in opkomst.” Makelaar Wijnen: “Amsterdam zal hoger worden, er komen meer torens, huizen zullen dichter op elkaar staan.”

En er kan nog meer bij. “Dan moet de gemeente beleidsmatig wel doorpakken. Op dit moment zijn er vooral plannen, maar als we iets willen doen voor onze kinderen, ook die van jou, moeten er meer heipalen de grond in.”

Daarom een ideetje voor de burgemeester van dienst in 2052. Snor de nieuwjaarsrede van burgemeester D’Ailly op, die dan een eeuw oud is. Zijn tijdloze woorden in 1952: “Woningnood is staatsvijand nummer 1.”

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers samen met studenten (Condor) van Fontys ­Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden