PlusColumn

Kritische blik op koloniaal verleden gezien als linkse hobby

Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

In 1905 ontvouwde de Nederlandse onderzoeker Herman Bernelot Moens een opmerkelijk plan om in Afrika vrouwelijke mensapen te bevruchten met het zaad van een zwarte man, in de hoop dat dit experiment de ontbrekende schakel tussen mens en aap zou opleveren.

Het voorstel werd ook in die dagen met de nodige scepsis bekeken, maar dat weerhield drie prominente leden van het koninklijk huis er niet van een subsidie te verstrekken. Bernelot Moens slaagde er desondanks niet in het benodigde geld bij elkaar te harken en de expeditie werd afgeblazen.

Bij de weging van zulke verhalen speelt de tijd een ingewikkelde rol. Je kunt zeggen: ongelooflijk, zo dachten we dus nog maar net honderd jaar geleden.

Je kunt ook constateren dat het denken over de relatie tussen zwart en wit de afgelopen eeuw de nodige stappen vooruit heeft gezet. Het is vermoedelijk allebei waar.

Bij de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij speelt de tijd die verstrijkt weer een andere rol.

Dat is wel heel lang geleden, is een vaak gehoorde reactie als witte Nederlanders om aandacht wordt gevraagd voor het leed dat honderdduizenden Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen werd aangedaan tussen de zestiende en negentiende eeuw.

In de Afro-Surinaamse cultuur neemt de verering van de voorouders een centrale plaats in, en dat maakt dat voor veel nazaten van de tot slaaf gemaakten dat slavernijverleden helemaal geen vergeten geschiedenis is. Zij voelen het juist als een plicht te blijven vragen om erkenning van het onrecht dat hun voorouders onder Nederlandse vlag moesten ondergaan.

In Nederland richten we de blik bij voorkeur vooruit. Dat geldt in elk geval voor de lan­delijke politiek die bij monde van toenmalig minister Roger van Boxtel in 2001 op een VN-conferentie in het Zuid-Afrikaanse Durban liet weten 'diepe spijt, neigend naar berouw' te voelen voor het Nederlandse aandeel in de slavenhandel en de slavernij.

Dat was een zorgvuldig geconstrueerde juridische formulering, die wel inzicht gaf in het complexe gevoelsleven van de zittende regering, maar helemaal niets zei over wat dat betreurde verleden betekent voor de getroffen groep en hun nageslacht.

Terugblikkend op vier eeuwen mensenhandel zegt Nederland: echt, ik heb het er moeilijk mee.

Meer is het ook nooit geworden. Een kritische blik op het koloniale verleden wordt tegenwoordig gezien als een linkse hobby.

Het kabinet stuurt wel elk jaar braaf een minister of staatssecretaris naar de landelijke herdenking in Amsterdam. Die steekt een mooie toespraak af waarin allerlei woorden voorkomen, maar nooit het woord sorry. Dat zal zaterdag niet anders zijn in het Oosterpark.

Zo gaat Nederland de geschiedenis in als het land dat niet alleen als een van de laatste in Europa de slavernij in de ban deed, maar ook met het ruimhartig aanbieden van excuses voor het veroorzaakte leed geen overdreven haast maakte.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden