Reza Kartosen-Wong Beeld Artur Krynicki

Kritiek op racisme is eigenlijk heel Nederlands

Plus Reza Kartosen-Wong

Onder jonge Aziatische Nederlanders ontstond ophef over een racistische post op ­sociale media van jongerenplatform Rumag. Medewerker René Watzema interviewde op straat een vrouw van Chinese afkomst. Het filmpje en de begeleidende tekst staan bol van de racistische stereotypen en vooroordelen over mensen van Chinese ­afkomst. Denk ‘hondenvlees’, ‘smokkelaar’ en ‘spraakgebrek’. De superieure Watzema wilde ‘dit Chineesje Nederlands leren’.

De ‘humor’ van Watzema is niet alleen racistisch maar ook erg plat, versleten en hysterisch. Gordon, Wendy ‘Ushi’ van Dijk en anderen hebben vergelijk­bare Chinese/Aziatische stereotypen al lang uitgevent. Twintiger Watzema is dus een voorspelbare kopie van deze (bijna-)vijftigers. Watzema’s collega Roxanne Kwant trouwens ook. Samen belaagden zij Aziatische Nederlanders die online kritiek uitten op de post met nog meer racistische en ridiculiserende opmerkingen zoals ‘Ik zou ook gefrustreerd zijn als ik een kleine piemel heb (sic)’.

De oorspronkelijke post is na veel boze reacties verwijderd en Watzema bood excuses aan – slappe, onoprechte excuses.

Het is onbegrijpelijk dat Rumag medewerkers toestaat om zich racistisch te uiten en om groepen en individuen, ‘gewone’ ­Nederlanders, te ridiculiseren en te beschadigen voor geldelijk gewin. Logisch dus dat jonge, kritische Aziatische Nederlanders dit hekelen en Rumag ­boycotten.

Oudere Aziatische Nederlanders hebben racisme en uitsluiting zelden in het openbaar aangekaart. Ze wilden niet opvallen, geen ‘problemen’ veroorzaken. Het is goed om te zien dat hun (klein)kinderen niet bang zijn om kritiek op racisme en discriminatie openlijk te uiten. Eerder spraken zij zich uit over racistische opmerkingen van Gordon, etnisch profileren door de douane en discriminatie bij het ­kopen van babymelkpoeder.

Deze jongvolwassenen van ­onder andere Chinese, Indische, Indonesische en Vietnamese afkomst zijn in Nederland geboren en opgegroeid. Zij hebben geleerd dat je hier voor jezelf mag opkomen en dat het benoemen van maatschappelijke problemen zoals racisme, eigenlijk heel Nederlands is. En ze zien dat dat ook effect kan sorteren.

Zo schreven mijn vrouw en ik in deze krant een opiniestuk over lesmateriaal dat Chinese stereotypen bevatte. Dit op aangeven van een bezorgde vader van Chinese afkomst die dat tegenkwam op de school van zijn zoon. De school paste het lesmateriaal gelijk aan. Het leidde ook tot Kamervragen van GroenLinks. De regering weigerde in te grijpen, maar de gemeente Amsterdam besloot wél om onderzoek te doen naar racistische stereotypen in lesmateriaal. Dat is vooruitgang.

Met hun kritiek op racisme en discriminatie geven jonge Aziatische Nederlanders uiting aan hun Nederlanderschap. Ze doen actief mee aan het vormgeven van de samenleving en bevestigen dat dit ook hún land is. Ze zijn daarmee Nederlandser dan hun (groot)ouders én de Watzema’s en Kwants.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.