Art Rooijakkers en zijn twee dochtertjes. Beeld Artur Krynicki

Krijgen mijn dochters vervangende lichaamsdelen uit de printer?

Plus Art Rooijakkers

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: krijgen mijn dochters organen uit de 3D-printer?

Een vriend van mij kreeg vorig jaar een nieuwe nier, van zijn broer. Een cadeau zó groot dat hij bang was hem nooit genoeg te kunnen bedanken. Hoe bedank je iemand voor een tweede leven?

Ik moest eraan denken na een gesprek met het 28-jarige medisch talent Koen Willemsen, arts en 3D-specialist van de afdeling orthopedie van het UMC Utrecht. Als eerste in de wereld is hij er, samen met collega’s, in geslaagd een patiënt dankzij een metalen rug-implantaat uit een 3D-printer voor een dwarslaesie te behoeden. Indrukwekkend en ook een voorbode van wat er binnenkort mogelijk is. Willemsen: “In de orthopedie zijn we voorloper. Nierweefsel printen is moeilijker omdat je met cellen werkt, maar over vijftig jaar moet ook dat kunnen.”

Dat duurt dus nog even. Willemsen lijkt mijn teleurstelling te voelen en begint over een dialyseapparaat dat onder de huid kan worden geïm­planteerd. “Een organ on a chip waarmee de functies van een nier worden nagebootst. Dat kan er binnen tien tot twintig jaar zijn.”

Jos Malda, voormalig voorzitter van de International Society for Biofabrication en hoog­leraar aan de Universiteit Utrecht, vertelt kleurrijk en vol passie over zijn vakgebied. Hij noemt 3D-printen met cellen een grote uitdaging.

“De inkt waarmee we werken is een soort gel op lichaamstemperatuur. Je moet stevigheid hebben om te kunnen bouwen, maar ook een steriele omgeving waarin een cel zich kan ontwikkelen.”

En dan is er nog een probleem: “Als jij mij een paar buisjes geeft met de benodigde cellen, kan ik ze op volgorde leggen en iets maken dat lijkt op bijvoorbeeld een hart. Maar er zit geen startknop op. Het leeft wel, maar doet het niet.”

Malda denkt dat het nog 10 tot 15 jaar duurt voordat geprinte stukken orgaan gebruikt ­kunnen worden. En dan nog. “De biologie en de ontwikkeling zijn zo ingewikkeld, dat ik me afvraag of we ooit een compleet orgaan kunnen printen. Ik denk eerder aan iets wat de functie overneemt en er niet exact hetzelfde uitziet.” Een kubistische benadering, zoals Malda het noemt.

Een compleet nieuwe nier uit het lab zal er voorlopig dus niet komen, maar dat medisch 3D-printen ongelooflijk veel mogelijkheden biedt, daar zijn de heren het over eens. Ze maken zich allebei zelfs al zorgen over de ethische kant van hun vak. Malda: “Hoe ver kun je gaan? Ik kan straks bij wijze van spreken een blokje cellen printen dat EPO produceert. Of een vierkante oorschelp voor iemand die dat wil, maar mag dat dan ook?”

Willemsen heeft nog meer twijfels. “We verbruiken als mensheid jaarlijks drie keer wat de aarde per jaar produceert. Het printen van organen ligt in het verlengde daarvan. Daarmee verbruiken we straks twee lichamen in één leven. Is dat wel ethisch?”

Het antwoord daarop is misschien wel nee. Totdat je aan tafel zit met een vriend die een nieuwe nier heeft gekregen van zijn broer, of in de toekomst een organ on a chip als implantaat heeft. Dan overstemt de blijdschap en dankbaarheid elke ethische twijfel en proost je met een alcoholvrij drankje op het leven. Of beter gezegd, op het tweede leven.

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers samen met studenten (Condor) van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden