Plus Column

Koppig pulken aan een wond die niet mag genezen

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

Het is elke keer weer een indrukwekkende demonstratie van koppigheid en onverzettelijkheid, de jaarlijkse herdenking in Amsterdam van de vijftien vooraanstaande Surinamers die in de nacht van 8 op 9 december 1982 in het Fort Zeelandia in Paramaribo werden gemarteld en vermoord.

Al 36 jaar komen de nabestaanden bij elkaar om samen te pulken aan een wond die niet mag genezen. Nóg niet mag genezen.

Niet zolang de daders van de moorden, voor zover nog in leven, vrij rondlopen in Suriname alsof er nooit iets is voorgevallen. Waar de man die verantwoordelijk wordt gehouden voor de slachtpartij, zich nu al acht jaar president mag noemen.

De nabestaanden vragen om gerechtigheid, maar hebben tot nog toe vooral veel klappen moeten incasseren. Het proces tegen de verdachten van de Decembermoorden sleept zich nu al elf jaar moeizaam voort. De voortgang wordt vanuit het kamp van de hoofdverdachte vertraagd met alle wettige en onwettige middelen die hem als machtigste man in het land ter beschikking staan.

Geen vernedering blijft de nabestaanden bespaard. Dezelfde mannen die in Fort Zeelandia de vijftien kritische advocaten, journalisten, wetenschappers en militairen in koelen bloede hadden vermoord, werden in 2011 door hun voormalige bevelhebber uitgenodigd om in het presidentieel paleis uit zijn handen de hoogste onderscheiding van de staat Suriname in ontvangst te nemen.

De nabestaanden ontbreekt het aan zulke middelen. Toen de Mozes en Aäronkerk enkele jaren terug weer in gebruik werd genomen als rooms-katholieke kerk, moest de organisatie op zoek naar een nieuwe plek voor de herdenking. Het eerste jaar werd een plek gevonden in het stadhuis. Niet in een van de zalen, maar gewoon in de gang, waar voortdurend mensen heen en weer liepen.

Een andere keer was er onvoldoende geld beschikbaar voor de aankoop van de fakkels, waarmee voorafgaand aan de herdenking in stille tocht wordt gelopen naar de plaquette op het Waterlooplein met de vijftien namen. De stoet liep die keer met de kransen achter een enkele drager van een geleend windlicht aan.

Juist die onvolkomenheden versterken het beeld van een lange, moeizame pelgrimstocht over de bergen op weg naar gerechtigheid in de vorm van een vonnis. Of dat doel zal worden bereikt? "De zachte krachten zullen zeker winnen in 't eind," dichtte Henriëtte Roland Holst troostend, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de voorbeelden van het tegendeel ook voor het oprapen liggen.

Als alles volgens plan verloopt zal de krijgsraad komend jaar vonnis wijzen. Dat zal een historisch moment zijn, maar ongetwijfeld heeft de tegenpartij zijn plannen al klaar, mocht de uitkomst niet naar wens zijn.

Eén ding is zeker: de nabestaanden komen volgend jaar weer samen om duidelijk te maken dat zij, koppig en onverzettelijk, net zo lang zullen wachten als nodig is.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden