Plus Column

Koopavond op het plein

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

Weinig dingen zijn mij zo dierbaar als koopavond op het Buikslotermeerplein.

Als kind al was donderdagavond voor mij het moment waar ik de hele week opgewonden naar uitkeek. In de wandelgangen van mijn school werd al druk gespeculeerd over wie waar zou zijn tijdens koopavond. En dat je die echt niet wilde missen. Vooral niet met kermis.

Er viel in principe nooit iets te missen, want we hadden weinig en deden minder tot niets. Behalve bij elkaar komen en zijn. Gewoon zijn, met z'n allen. Elkaar zien, even poolshoogte nemen, beetje kloten en klaar.

Je hoefde met niemand af te spreken. Iedereen was in het winkelcentrum tijdens koopavond, dat stond vast. Dus ook ik. Het was tenslotte de enige keer in de week dat ik zo laat naar buiten mocht van m'n vader.

Thuis bedacht ik ijverig lange boodschappenlijstjes, zodat ik snel en vooral lang weg kon blijven op Grote, onze benaming van het Buikslotermeerplein. Ik rende van de C1000 naar de V&D en van de markt naar viskraam Spankeren, staarde veel te lang naar te dure schoenen in Footlocker, luisterde Nederlandstalige rapalbums in de Free Record Shop en verdwaalde in het ene na het andere boek in Van der Plas.

Ik kocht nooit iets, maar was altijd welkom. Op een gegeven moment letten de winkeleigenaren, die mij wekelijks uren in hun zaak zagen snuffelen en altijd met lege handen vertrekken, niet meer op mij.

God zegene Uzi van snackbar 't Puntje voor het uitdelen van friet tijdens koopavond.

God zegene die meneer van de La Place die altijd vriendelijk was tegen m'n vader, waardoor hij er elke koopavond ging eten, zodat ik bij de Hunkemöller ertegenover op die ene avond dat ene meisje ontmoette.

God zegene de mevrouw van Music Store die ouders via de intercom omriep om hun verdwaalde kinderen op te halen, waarna een hele pijnlijke walk of shame van bad parenting volgde.

Zodra m'n vader thuiskwam van werk, vroeg ik of ik z'n pak naar de stomerij moest brengen. Natuurlijk had ik het al zo georganiseerd dat er altijd een pak opgehaald óf gebracht moest worden. Ik bedacht van alles om maar naar Grote te kunnen gaan. Want daar gebeurde het. Elke week weer.

Als ik nu terugdenk aan wat er dan precies gebeurde, kan ik niets bedenken. Althans, niets anders dan dat iedereen elke donderdagavond in een soort van stilzwijgende overeenstemming verzamelde voor de Hema, bij de krokodil. Van daar liepen we met elkaar eindeloos op en neer. Van ING naar de markt en de bushaltes en weer terug.

Ik verliet de groep regelmatig, want boodschappenlijstje (keerzijde van m'n strategie), maar haakte iets later weer aan. We deden een drankje bij Bascule, aten van Marco's grillkip of kregen baklava bij Gordion. Meer hadden we niet nodig.

Deze week was ik er weer. Maar dit keer duwde ik een kinderwagen. Die kleine kan maar beter snel leren dat als je de wereld wilt leren begrijpen, je het Buikslotermeerplein moet leren kennen.

Rapper en schrijver Massih Hutak (26) schrijft elk weekend een column voor Het Parool.

Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden