Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Koning Kiezer is trots op prinsessenprinsje Paradoxientje

PlusTheodor Holman

Ze stonden rond het wiegje van het nieuwe prinsessenprinsje. “Wat leuk… Drie handen. Twee rechter en één linker,” zei de lakei. De lakei deed net of hij vertederd was terwijl hij in de wieg keek, maar was bezorgd en dacht: wat is het nou? Een prinsessenprinsje, een prinsenprinsesje? En waren het wel drie handen? Er was duidelijk een rechterhand. En de kleine, misschien wel misvormde linkerhand was ook opmerkelijk. Maar die hand in het midden… Links? Rechts?

“En hoe heet onze nieuwgeborene?” vroeg hij.

“We noemen het Paradoxientje,” zei Koning Kiezer.

“Ah… wat leuk,” zei de lakei die nog nooit zo’n lelijke naam had gehoord.

“Leuke naam, vind je niet? Ons lieve wezentje kan alles aanpakken. Links, rechts, midden… En heb je het geslacht van ons wezentje gezien?”

De lakei begon te blozen.

“Nog niet, Majesteit.”

De koning ontdeed het kind van het luiertje en zei: “Kijk! Een manlijk deel, een vrouwelijk deel en een christelijk deel.”

“Heel mooi, majesteit.”

“Ik ben heel trots op het wezentje. Het heeft het verlichtende van haar moeder en het behoudende van mij, de zorg voor de gemeenschap van haar moeder en de zorg van het individu van haar vader. Ik ben optimist en haar moeder pessimist. Dat zie je nu al.”

“Een schitterend kindje, Majesteit.”

“Is ieder nieuw mens niet dé nieuwe mens, beste lakei? En als het straks groter wordt, denk ik dat het totaal klimaatbestendig is. Dit nieuwe wonder heeft de toekomst.”

“O ja, denkt u dat? Nou, dan denk ik dat ook.”

Op dat moment kwam Plurk, de lelijke huisdwerg, de kinderkamer binnen.

“Hahaha! Wat een lelijkerd! Die is nog lelijker dan ik!” zei Plurk.

De koning deed net of hij het niet hoorde, maar de lakei vroeg: “Hoe bedoel je, Plurk?”

“Kijk nou eens naar die drie handen, kijk eens naar al die kleine puisten op haar gezicht. Die wordt niet ouder dan twee en dan verkoopt u dit mormel, majesteit!”

Plurks woorden deden altijd pijn.

“Maar zo veel handen is toch handig?” zei de lakei.

“Ach, helemaal niet. Het is een gedrocht waarmee niemand tevreden is. Het is een schijnwezen.”

De lakei was het eigenlijk met hem eens, maar hield z’n mond. Lakeien hebben, als ze hun mond houden, namelijk altijd een grote kans om in het parlement te komen.

De koning nam het mormel in zijn armen en zei: “We moeten het er gewoon mee doen!”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden