Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

‘Komt er ook een zwangere neushoorn in voor?’

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Mag ik u even lastigvallen met een probleem waar u hoogstwaarschijnlijk uw schouders voor zult ophalen? Fijn. Dank u. Een week geleden kwam mijn nieuwe roman uit en nu moet ik af en toe naar een boekwinkel toe om te signeren. Inmiddels heb ik enige ervaring, maar de allereerste keer dat ik achter in een boekwinkel naast een stapeltje boeken zat, vergeet ik nooit meer.

Ik wilde dood. Desnoods pijnlijk. Als ik maar niet achter in de winkel hoefde te zitten. Er waren geen klanten. De eigenaresse van de winkel kreeg medelijden met me. Ze kwam naast me staan en vroeg of ik er lang aan had gewerkt. Ze vroeg ook waar mijn boek eigenlijk over ging. Ik zei: “Over mijn vader.” Daarna liep ze weg.

Na een half uur wachten waggelde er een klant naar mijn tafeltje. Hij keurde mijn boek. Keek naar de auteursfoto op de achterkant. Daarna keek hij naar mij. “Ik ben het,” zei ik. Hij zweeg en bladerde door mijn boek. Daarna keek hij me aan. “Komt er ook een zwangere neushoorn in voor?”

Ik twijfelde. Ik kon liegen dat het in mijn boek wemelde van de neushoorns. Om de zestien bladzijden werd er een bevrucht. Eigenlijk had ik een standaardwerk geschreven voor de liefhebber van zwangere neushoorns. Maar ik durfde het niet. Zou je zien, ging die man strikvragen stellen.

“Wat is de draagtijd van een gemiddelde neushoorn? Ja, daar zitten we dan, met ons boek. Dan weten we het opeens niet meer. Nee, niet zeven jaar. Nog een keer raden.”

Die sfeer vrees ik nu ook. Ik weet nu eigenlijk al zeker dat ik mezelf een vreselijke aansteller ga vinden en dat de zelfhaat als een tsunami over mij heen zal slaan. Daar zit ik naast mijn boek en helemaal niemand zit erop te wachten. Waarom heb ik niet naar mijn vader geluisterd? Waarom ben ik geen elektrotechniek gaan studeren?

Ik zou mensen werkelijk hebben kunnen helpen. Beetje rommelen achter in een kast, naar de woonkamer roepen: “Ja, doe het licht maar aan.” En daarna de verrukte kreetjes. Wie heeft er iets aan een boek over een popbandje dat nooit heeft bestaan? Wie zit er te wachten op de beschrijving van het eerste optreden in een buurthuis?

Toch zal ik er zitten. De eerste die mij vraagt of ik het boek wil signeren, zal ik vragen naar haar jeugd. Ze zal antwoorden: niets bijzonders. Daarna zal ik zeggen: schrijf er in godsnaam geen boek over. Hoe heet je? Greet? Wat een mooie naam!

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden