Roos Schlikker. Beeld Marjolein van Damme
Roos Schlikker.Beeld Marjolein van Damme

Kommaneukers en lijstjesfetisjisten staan in de gezondheidszorg aan het roer

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Ik zie haar nog zitten aan de keukentafel. Haar doorgaans mooi gekamde haar pluisde rond haar oren. Haar blik flitste als strobos­cooplicht door de ruimte. Eén seconde naar het raam, één naar de af­wasmachine, toen weer wanhopig naar haar pen. “Wat moet ik nou schrijven?”

Voor haar neus een vragenlijst. De zoveelste. Want iedere paar weken moest ze er eentje invullen van de ggz. Telkens weer onbeantwoordbare vragen. ‘Hoe is uw gemoed vandaag?’, ‘Denkt u weleens aan de dood?’, ‘Voelt u enige verlichting?’ Mijn bipolaire moeder voelde zich vooral een mislukking. Omdat ze de antwoorden niet wist. Met haar wispelturige hoofd veranderden die elke tien minuten. Als een wiebelbootje in een wildwaterbaan kieperde ze van hoog naar laag. Maar daar kan een verzekeraar niets mee. Die wil data.

Ik kan het woord binnen de gezondheidszorg niet meer horen. Kommaneukers en lijstjesfetisjisten staan aan het roer. Daaaaataaaa. Het klinkt als een afgeleide van kunststroming dada die zich kenmerkte door vrolijk buiten de lijntjes kleuren, maar helaas is het tegengestelde waar. Data dienen juist om kaders te scheppen. Financiële vooral.

Ik snap waarom, want zieken kosten geld. Maar hoeveel besparen we als we alle aandacht besteden aan daadwerkelijke zorg in plaats van aan lijstjes?

Afgelopen tijd luidden diverse veldmensen de noodklok. Verpleegkundige Jennifer Bergkamp schreef op LinkedIn hoeveel moeite het haar kostte om een stervende patiënte van incontinentiema­teriaal te voorzien. Verzekeraars moesten worden gezocht, telkens opnieuw dienden intieme vragen te worden beantwoord (‘Hoe vaak moet je naar het toilet?’, ‘Gebruik je toiletpapier en hoeveel?’), er volgde een heuse intake (!) door onbekende mensen die zich niet hadden ingelezen. ‘Kostenbesparend zeggen ze,’ aldus Bergkamp. ‘Ik ben inmiddels twee weken bezig dit geregeld te krijgen, de teller op mijn telefoon staat op acht uur telefoneren. (…) Alles wat opnieuw beoordeeld moet door leveranciers of verzekeraars kost oeverloos veel tijd en alles wat je dus aan de voordeur bespaart, ben je aan de achterdeur dubbel kwijt. Geef de zorg terug aan de professionals.’

Een andere oproep kwam van huisarts Patrick Albert. Een week voor hij overleed aan nierkanker schreef hij een open brief. Hij prees de aandacht van de ambulancemedewerker die zo geruststellend was, de verpleegkundige die hem waste toen hij spuitpoep kreeg, de ergotherapeut, de verbandmeester, enzovoort. ‘Al deze liefdevolle zorg maakt dat ik me veilig en geborgen voel. (…) Koester deze zorg, bescherm ze tegen de managers die enkel en alleen op ‘efficiency’ sturen. Zorg is geen productieproces.’

Precies. Zorg: dat zijn mensenhanden die je koortshoofd koelen, psychiaters die je echt aankijken, verpleegkundigen die je wassen waardoor je niet tot aan je nek in uitwerpselen ligt. Het is godgeklaagd dat juist zij én patiënten continu bezig zijn met productie draaien en verzekeraarsadministratie.

Toen mijn moeder voor de tachtigste keer de vraag ‘Denkt u weleens aan de dood?’ moest beantwoorden, krabbelden we: ‘Bij het invullen van deze lijst wel.’ Daar sta ik nog steeds achter. Want het is tijd voor verzet. Voor meer dada dan data. Omdat we mensen zijn, geen excelpagina’s. Geef de zorg haar menselijkheid terug.

r.schlikker@parool.nl

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden