James Worthy. Beeld Agata Nowicka

‘Komen jullie uit Amsterdam? O, Lee Towers’

Plus James Worthy

Een vakantie is voor mij pas echt begonnen als ik een plakkerige menukaart in mijn handen heb.

We zitten in een voor de rest leeg restaurant en de ober sprint de keuken in om de kok wakker te maken. Ons tafeltje plakt ook en het zoutvaatje oogt bitter.

De kok duwt met zijn achterwerk de klapdeuren open en loopt op ons af. Hij draagt een krappe trainingsbroek en een versgedraaid sjekkie achter zijn oor. De vlekken op zijn schort zijn vandaag vijftig jaar ­getrouwd.

Hij wijst naar de foto’s die aan de muren hangen. ­Brigitte Bardot heeft hier ooit een pizza tonno gegeten en Julio Iglesias een kom minestrone.

“Bent u al open?” vraag ik. De man lacht en zegt dat hij open is geboren.

“Waar komen jullie vandaan?” vraagt de kok.

“Amsterdam,” zeg ik.

“O, Lee Towers.”

Hij zei eigenlijk de naam van een andere bekende ­Nederlander, maar ik hoop dat Lee Towers deze ­column leest en zich voor een paar tellen compleet in zijn nopjes voelt.

“Ja, Lee Towers.”

Mijn vrouw bestelt de inktvisringen. Ze bestelt altijd de inktvisringen. Ik vind dat mooi. Sinds ik haar ken heeft ze zo’n tachtig keer inktvisringen gegeten en maar drie keer vond ze die dingen lekker. Mijn vrouw geeft niet op.

“Hoe smaken ze?”

“Alsof iemand oliebollen heeft proberen te maken van haarelastiekjes.”

Ze prikt er eentje op haar vork en zegt dat ik maar moet proeven.

“Wow, dit is gewoon knap. Dit is het droogste wat ik ooit heb gegeten. Het is alsof ik op het pessarium van een vogelverschrikster aan het kauwen ben.”

Mijn zoon eet pastasaus uit blik op een bedje van doodgekookte elleboogmacaroni. Maar hij is happy.

Hij heeft zojuist een heel schaaltje geraspte kaas leeg ­mogen gooien. Geraspte kaas is een magisch goedje. Het maakt alles dragelijk. Wat verliefdheid voor het ­leven is, is geraspte kaas voor gerechten.

De ober laat een glas vallen. Ik pak de hand van mijn vrouw vast en zeg dat ik van haar hou. Dit is wat vakantie voor mij is. Het zo goed met elkaar hebben dat je de vrijheid hebt om af en toe waardeloos te eten. En de kok weet het. Hij weet dat hij voor mensen kookt die nooit meer terug zullen komen. Dit is de laatste keer dat wij in deze regio vertoeven. We zijn passanten. Figuranten. Mooiweerklanten.

Mijn pizza smaakt naar de sandalen van een Zwitserse vrachtwagenchauffeur. Ik proef emmentaler en een paar eetlepels zelfhaat. En ik vind het heerlijk. Op ­vakantie eet ik liever liefdeloos dan dat ik zelf kook. En als ik ziek word, vind ik dat prima. Ziek zijn is ook een soort vakantie, dus als je ziek bent op vakantie, ben je in feite twee keer op vakantie.

Als we weggaan, komt de kok de keuken uitgelopen om ons een hand te geven. Hij is aan het zweten alsof hij de Tour de France heeft gelopen.

“Hebben jullie genoten?” vraagt de man.

“Het eten was van een zeer hoog niveau,” zeg ik.

“Hoe hoog?”

“Hoger dan Lee Towers.”

We rekenen af en slikken op de parkeerplaats alvast wat Norit. De vakantie is begonnen. Mijn zoon wijst naar de lucht. Het begint zachtjes geraspte kaas te ­regenen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden