Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Koffie is als haring: vers het lekkerste wat er is, oud het goorste

Plus

Mijn drukke hoofd maakt dat ik soms niet slaap. Gelukkig zit er een knop op mijn koffiezetapparaat. Druk ik die in, dan wordt het water dat ik in het reservoir heb gegoten op een of andere manier overgeheveld naar het filter in de filterhouder. Vandaaruit druppelt het in de kan en als de boel is uitgedruppeld kan ik het uitschenken.

Hoe het technisch gezien werkt heb ik al honderd keer gelezen op het internet, maar begrijpen doe ik het niet. Zo weet ik ook niet hoe een auto werkt. De mijne heeft vierwielaandrijving en als mensen ernaar vragen bevestig ik dat. “’t Is een all-wheel drive,” zeg ik met een plotselinge aardappel in mijn keel, “een echte mud master.” Alsof ik ooit in de modder rij. Ik hou overigens op zich wel best wel heel erg van mijn auto. Dat zeg ik met de nodige omhaal van woorden, want als je zoiets zegt moet je er bij zeggen dat je het eigenlijk niet mag zeggen. “Ik mag het eigenlijk niet zeggen.” En het vervolgens gewoon zeggen.

Als ik vanwege mijn drukke hoofd een aantal nachten achter elkaar niet heb geslapen, hang ik ’s ochtends met mijn neus boven mijn kopje koffie als boven een stoombad. Ik snuif het op en voel mijn oogleden lichter worden. Mogelijk is het psychisch, maar dan werkt het ook.

Regelmatig rij ik in Utrecht langs de koffiefabriek en ruik ik de dope. Daar wonen dus gewoon mensen, die ervaren die geursensatie dag in dag uit. Zou het ooit wennen, zoals ik de vlak bij mijn huis gelegen ringweg inmiddels niet meer hoor? Pas kwam iemand langs die ging roken op mijn balkon. Na terugkeer in de woonkamer vroeg hij: Hoor je dat altijd zo hard, die ringweg? Dat was een eufemisme voor: wat woon je hier kut.

De meest memorabele scene uit de tv-serie Fargo is als Peggy Blumquist aan Lou Solverson vraagt of hij iets wil drinken en voorstelt om koffie van gisteren op te warmen. Toen Lou even later een slok nam begon ik te kokhalzen. Koffie is als haring: vers het lekkerste wat er is, oud het goorste.

De meest memorabele scène uit de tv-serie Dallas is als Cliff Barnes aan Bobby Ewing vraagt of hij iets wil drinken, een hoopje Nescafé in een mok schept en deze vervolgens gewoon onder de warme kraan houdt. Het moet 35 jaar geleden zijn geweest dat ik die aflevering zag, waarom herinner ik me ’m zo goed? Ik bedoel, wat weet ik verder nog van die serie? Die sardonische lach van J.R. en (ik mag het eigenlijk niet zeggen) de jetsers van Lucy. Als ik na de aftiteling in bed lag, probeerde ik ze tevergeefs met mijn handen te omvatten.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden