Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Koffers gestolen in Italië, en daar zitten we dan op het politiebureau

PlusTheodor Holman

Modena, Italië, 38 graden. We maken een wandeling, gaan uit eten en drie kwartier later zit ik op een politiebureau. Onze koffers zijn uit de auto gestolen.

“Waarom doen we eigenlijk aangifte?” vraagt mijn vrouw.

Ik ben te verbaasd om te antwoorden en de sfeer is al niet zo best.

Dan vraagt een agent: “En wat zat er in uw koffer?”

Ik som op: “Een toilettas met weggooischeermesjes, scheerzeep, een tandenborstel en tandpasta. Vervolgens: 17 heren­onderbroeken, drie paar sokken, een trui, twee overhemden en twee korte broeken en een zwembroek. Plus… rather important…two…” (Ik steek hierbij twee vingers op)…two cellphone chargers!” Mijn stem slaat over van woede: “En.. En… Het speelkonijntje van onze hond hebben ze ook!”

De agent kijkt naar zijn ballpoint of die kan spreken en gezegd heeft: “Laat ze maar… ouwe mensen…snel overstuur.”

“Dat bedoel ik,” ondersteunt mijn vrouw de ballpointkabouter die in dienst is van de Italiaanse overheid, en ik begrijp haar. Voor drie euro vijftien kunnen we dit alles bij de lokale Alibabawinkel halen. Vroeger ging je naar de chinees om een tot loempia gerolde vleermuis te kopen, tegenwoordig schaf je er je nutteloze eerste levensbehoeften aan.

Toch is zij solidair met mij en somt ook keurig op wat in haar koffer zat ,waaruit blijkt dat zij compacter heeft ingepakt, en hoor ik dat er een nieuwe haardroger mee was van wel 17,50 euro bij Koopjedeal of zo’n bedrijf.

“Zat er verder niets meer in uw koffer?”

“Ja, een zakje waspoeder voor onderweg,” zegt ze.

Ik merk dat we ons beiden schamen. Twee babyboomers van achter in de zestig doen aangifte van het verlies van troep en willen dat de dader ernstig wordt gestraft. Althans, dat wilde ik. En ik vind ook gewoon dat je niet mag stelen!

De agent heeft het allemaal opgetikt in een tempo van een Italiaanse treurmars van

Giacomo Lacerenza (1885-1952), die er zo’n vijftien schreef, en vraagt ons de aangifte te ondertekenen.

“Ik vind het toch vervelend dat ik nu geen onderbroeken heb. Ik wil elke dag een frisse jongen aan mijn kont.”

Het is een belabberde poging om de situatie ernstiger te doen lijken dan hij is.

“Jij mist vast ook iets!”

“Ja, dat waspoeder.”

“Is dat het ergste?” vraag ik. In mijn stem zit hooghartigheid.

“Nee, het is het konijntje van Koos.”

Ik ben het met haar eens…

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden