. Beeld Artur Krynicki

KLM was een navelstreng die hem verbond met zijn moederland

Plus Reza Kartosen-Wong

Vandaag bestaat KLM 100 jaar. Mijn ouders, gepensioneerde KLM’ers, vroegen of ik afgelopen donderdag meewilde naar de ‘KLM100 Experience’ ter gelegenheid van het jubileum. Als ik niet naar Antwerpen had gemoeten voor de presentatie van Reni Eddo-Lodge’s mooie en belangrijke boek Waarom ik niet meer met witte mensen over racisme praat, was ik zeker meegegaan. De mogelijkheid om in de KLM-hangars rond te lopen zou ik niet zomaar laten schieten.

Die hangars waren mijn speeltuinen toen ik opgroeide. Mijn vader, een KLM-vliegtuigtechnicus, nam mij, mijn zus en broer er vaak mee naartoe. Dan mochten we de vliegtuigen in die daar stonden. Liepen we door vrachtruimen en cabines langs mensen in blauwe overalls, om te eindigen bij de schatkamers vol blingbling: de donkere cockpits gevuld met oplichtende lampjes, knoppen, meters, schermen.

Mijn verjaardagsfeestjes vierde ik niet zoals sommige klasgenoten in een bowlingcentrum of bioscoop, daar hadden we geen geld voor. Maar dankzij mijn vader kon ik mijn vriendjes wel naar die imposante hangars meenemen, waar ze vaak voor het eerst een vliegtuig van binnen zagen. En dan friet en kroket toe in de bedrijfskantine.

Voor medewerkers met een migratieachtergrond was KLM ook meer dan een werkgever – voor mijn vader was KLM een navelstreng die hem verbond met zijn moederland. Voor een prikkie vlogen we elk jaar met het hele gezin naar onze familie in Indonesië. Een vlucht die in de jaren zeventig en tachtig via onder andere magische nachtelijke tussenlandingen in Karachi en New Delhi, waar familieleden van mijn moeder ons opwachtten voor brieven en pakketjes uit Nederland, naar Jakarta leidde. Ik zag een andere wereld, bouwde cultureel kapitaal op.

Mijn vader is er trots op dat hij ons dat kon geven omdat hij voor KLM werkte. Net als bij veel oud-medewerkers stroomt het blauwe bloed nog steeds door zijn aderen. De eeuwige ‘Fly KLM’-sticker prijkt ook weer op de bumper van mijn ouders’ nieuwe auto.

Twee jaar geleden was ik in Luchtvaartmuseum Aviodrome waar een leeggehaalde 747-300 van KLM staat, precies zo een die mij ontelbare keren naar Indonesië en de VS heeft gebracht. Met mijn zoontje liep ik door die blauwe vogel. Ik werd gegrepen door de onvergetelijke geur die ik kende uit mijn jeugd; een mix van kerosine, rubber en aviation grade smeer- en motorolie, die ik diep opsnoof. Ik deed mijn ogen dicht en stond weer even in mijn geliefde hangar 11, naast mijn vader in zijn blauwe KLM-overall, mijn held. Bij het volgende KLM-feest ben ik van de partij, boekpresentatie of niet.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool.

Reageren? reza@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden