Plus Column

Klimaatspijbelaar, hoe ver wil je gaan?

Gijs Groenteman Beeld Linda Stullic

Ik was geen spijbelaar op school. Te bang om door het systeem te worden doorzien. Dat is wel de reden dat ik ­zonder zittenblijven de middelbare school ben door­gewandeld, dus rouwig ben ik er niet om, maar och, als ik toch eens gelegitimeerd had mogen spijbelen! Dat had ik dus heerlijk gevonden.

In Brussel wordt momenteel heel druk gespijbeld voor het klimaat. Klimaatspijbelaars heten de kinderen die de straat op gaan, 35.000 stuks inmiddels, nu al drie donderdagen op rij. Om via gespijbel een strengere klimaatwetgeving af te dwingen.

Als ik in deze tijd als scholier had ­geleefd, had ik mij honderd ­procent zeker bij de klimaat­spijbelaars aangesloten, en ik voorspel dat de het klimaat­gespijbel binnen de kortste keren ook overwaait naar Nederland, want zo'n kans laat geen kind zich ontnemen.

Het begon met één Zweedse scholiere, nu is er dus een wereldwijde spijbelbeweging, en dit alles gaat gepaard met veel schuldgevoel afschuiven op ons, de oudere generatie.

Ik vraag me af of de spijbelaars echt iets gaan afdwingen. Wie kan het eigenlijk wat schelen dat er gespijbeld wordt? Wie heeft er last van? Voor de leraren is het wel rustig denk ik, ze reageren ook nogal lauw op al het gespijbel.

Eigenlijk snijden de leerlingen vooral zichzelf ermee in de vingers. Als ze spijbelen, missen ze belangrijke natuurkundelessen bijvoorbeeld, zo ontwikkelen ze zich niet en vergaren ze geen kennis om later super­moderne windmolens te ontwikkelen. Het klimaat wordt ernstig tekortgedaan.

Dit probleem heb ik trouwens vaker met kinderen en idealen. Hoe ver zijn ze écht bereid te gaan voor een betere wereld?

In mijn jeugd, de tijd van Kinderen voor Kinderen, werd er een beeld geschetst van kinderen als roomblanke heiligen die het bes­te met de wereld voor hadden, terwijl 'grote mensen met bommen wilden spelen' en de wereld voor hun plezier in het verderf leken te storten.

Destijds was ik het daar helemaal mee eens. Inmiddels ben ik volwassen en kijk ik er heel anders tegen­aan. Ik heb veel kinderen meegemaakt, en heb exemplaren heftige ruzies zien maken, inclusief slaan en schoppen, over wie er bijvoorbeeld met een rood stukje touw mocht spelen.

Als een van die kinderen dan een neutronenbom op het andere kind had kunnen gooien, had hij dat zéker gedaan. Kinderen zijn niet pacifistisch of menslievend, kinderen zijn egoïstische materialisten die alles voor zichzelf willen en pas na lange onderhandelingen, en met lange tanden, bereid zijn te delen.

En wat betreft het klimaat? Volgens mij willen kinderen heel vaak naar de wintersport, speelgoed van goedkoop plastic en drinken uit een pakje dat ze daarna achteloos op straat gooien. Als ze eenmaal tiener zijn vertrekken ze met vliegtuigen naar Bali, om daarna door te hoppen naar Australië en al blowend het klimaat alsmaar verder achterop te helpen.

Maar als ze kunnen spijbelen voor een beter klimaat zullen ze die kans met beide handen aangrijpen. Wat dat betreft zijn kinderen net mensen.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden