PlusTheodor Holman

Kleren waarin de dood zit verstopt

Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Het begon al op de lagere school toen leeftijd­genootje André, die bij ons in de straat woonde, was gestorven en mijn moeder, ‘voor Theootje’, een paar van zijn overhemden en truien had gekregen.

Pas een half jaar later versprak moeder zich door te zeggen: “Dan doe je toch dat broekje van André aan?”

Dat wilde ik niet meer, maar mijn moeder dwong me, zoals altijd, met liefde, waarna ik een tijdlang het gevoel had dat de dood zich in mijn kleren schuilhield.

In mijn eerste studiejaar zei mijn moeder dat ik even bij mevrouw Hijmans moest langsgaan, want die had ‘een cadeau’ voor me.

Dat bleken Engelse hand­gemaakte schoenen te zijn van haar gestorven echtgenoot die mij wonderwel pasten en waarop ik vijf jaar lang heb gelopen. Maar pas nadat mijn moeder mevrouw Hijmans had gebeld en had gevraagd: “Zeg Sophie, Theodor wil weten of Jonathan die schoenen aanhad toen ie stierf.”

En nu zit ik in de kamer bij Mara.

Ik pas jasjes.

“Hij staat je goed,” zegt Mara als ik weer iets donkerblauws voor een spiegel sta te modeplaten, en omdat ze mijn twijfel ziet, vraagt ze: “Wat houd je tegen?”

“Ben ik het wel?” antwoord ik, “ik bedoel qua persoonlijkheid…” Omdat ik bang ben haar op een of andere manier te beledigen, laat ik er snel op volgen: “Ik bedoel… ik zou nooit bij een kleermaker mijn jasjes laten maken… Ik bedoel… is het niet te mooi voor me… Ik bedoel…” Ik ga anders staan, en zie in de spiegel een directeur van een middelgroot bedrijf die net aan zijn werknemers heeft uitgelegd dat zijn bedrijf failliet is en niemand meer werk heeft.

“Hij was inderdaad niet zoals jij, “zegt Mara, “hij was meer...” Ze maakt ook de zin niet af, denkt even en zegt: “Hij zei wel eens: nette kleren geven me zekerheid.”

Elke keer als ik anders ga staan, lijkt het of mijn innerlijke hippie me veel te hard uitlacht.

“Die twee blauwe jasjes en dat zwarte staan je echt als gegoten, Theodor,” zegt Mara.

De jasjes staan me inderdaad goed.

“Ze zijn gestoomd en alles, dus als nieuw,” maakt ze reclame.

Wanneer trek ik zulke jasjes in hemelsnaam aan? De hele familie juicht als ik een keer de deur uitga.

Dan, na mijn zwijgen, zegt ze: “Neem ze alsjeblieft… en gooi ze desnoods thuis weg.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden