Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Kleine schoenen met een groot verhaal

PlusRoos Schlikker

‘Ach Jacob, mag ik een kind?” Het was een druilerige ochtend toen ik scrolde door mijn Twittertimeline, waar complottheoretici met hoofdletterverslaving en Nederlandse vlaggetjes­fetisj roeptoeterden dat we ER ALLEMAAL AAN GAAN EN DAT JULLIE DAT VANZELF WEL GAAN ONTDEKKEN ALS JULLIE JE NIET MEER ZO LATEN INDOCTRINEREN DOOR DE OLIEDOMME MEDIA, tegelijkertijd filmpjes van gestrande vluchtelingen wanhoopsbeelden in onze hoofden etsten en vervolgens eenieder die zich daar bekommerend over uitliet werd uitgescholden voor linkse deuggleuf.

Sombertjes opende ik mijn mail en zag een bericht van mijn tante Corine. Het bleek geen gezelligheidsklets: ze nam me rechtstreeks mee het verleden in.

Nederland, na de oorlog. Een jonge vrouw had net kamp Ravensbrück overleefd, waar talloze medische experimenten op haar waren uitgevoerd. Ze werd herenigd met haar man en het zoontje dat ze voor de invasie hadden gekregen. Haar hoofd en hart heelden traag, haar lichaam herstelde nooit. Haar baarmoeder was verschrompeld.

Op een dag hoorde ze in de kerk: “Er is een school met kinderen, de ouders zijn verdwenen, ze hebben geen familie. Ze zijn waarschijnlijk alleen achtergelaten na een razzia.” Een school. Vol kleintjes. Om wie niemand zich bekommerde. Ze keek haar man aan en stelde hem die ene vraag. “Ach Jacob, mag ik een kind?” Hij vond het goed. Samen zouden ze kijken naar een enigszins gezond jongetje, net zo oud als hun eigen zoon.

Maar ze kwam met iemand anders thuis. Pas op haar sterfbed biechtte de vrouw het op. Ze had de grootvader gekend van het joch dat ze adopteerden. Het ventje was jonger dan haar kind, ziek, kreupel. Maar de vrouw wist: deze krijgt een plaats bij ons, evenals zijn zusje.

Dat jongetje, ooit verlaten, mank en uitgehongerd, leeft nog steeds. Het is mijn oom Henk, de man van Corine. ‘Oma Fokkens overleefde haar echtgenoot,’ schreef ze me. ‘En ook haar eigen zoon. De twee toegevoegde kinderen hebben haar een mooie oude dag kunnen geven, haar in haar eigen huis verzorgd, tot haar einde. Laatst vond ik een tas met babyschoentjes die van haar zijn geweest. Ik weet dat je van schoeisel houdt. Wil jij ze?’

Sindsdien mag ik ervoor zorgen. Schoentjes. 107 jaar oud. Zo klein. Maar met een groot verhaal. In een tijd dat iedereen die slaapzakken inzamelt voor verweesden uit Moria wordt weggezet als ‘deuggleuf’, ‘gutmensch’ of ‘vuile linkse hoer’, kijk ik ernaar. Nee, de situaties zijn niet vergelijkbaar, elke vluchteling heeft zijn eigen geschiedenis en sommige zijn vast niet wonderschoon of zuiver. Ik weet ook dat we niet iedere hulpzoekende in huis kunnen nemen en ik snap de argumentatie over aanzuigende werking. Maar toch. Er zwerven kinderen door Europa. Kinderen van wie we nooit kunnen zeggen dat we niet wisten dat ze er waren.

De schoentjes staan nu op mijn bureau. Om me eraan te herinneren dat sommige eretitels scheldwoorden worden, maar dat de waarheid anders is. Dat kleine gelukszoekers soms geluksvinders kunnen zijn. En dat vrouwen bestaan als zij. Oma Fokkens die ooit babystapjes zette, maar tot grootse daden kwam.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden