Lezersbrief

‘Kille warmte in Bos en Lommer, bij de eerste coronadode in de straat’

Zonder dat ze het wist kwam Malou Holshuijsen in een afscheidsdienst terecht.

Beeld ANP

Met een tas vol boodschappen en een bosje tulpen wandel ik mijn straat in. Ik woon in een dichtgeparkeerde flauwe bocht ergens in Bos en Lommer. Het is een bocht waarin tegenliggers elkaar regelmatig te laat opmerken en zich daardoor klemrijden.

Automobilisten in mijn straat zijn over het algemeen erg temperamentvol, waardoor oponthoud lang kan duren. Zo nu en dan wordt de buurt getrakteerd op een toeterconcert aangevuld met plat Amsterdams gevloek vanaf de buurtbalkons. Je zou het kunnen omschrijven als een omgekeerde serenade.

Het is een mooie dag en het klapstoelpubliek heeft zich op de balkons geïnstalleerd. Ik zie een jonge vrouw een sigaret opsteken. Daarnaast hangt iemand de was op. Op het eerste gezicht is er niks vreemds aan de hand, maar wanneer ik beter naar de huizen kijk, zie ik dat er buiten­gewoon veel mensen voor het raam of in de deuropening staan. Hoe dichter ik in de buurt van mijn woning kom, hoe meer mensen zich op de stoep hebben verzameld.

“Onze eerste coronadode,” zegt een mevrouw. Ze staat achter haar rollator op de grens van zonneschijn en schaduw. “Ik kom maar niet dichterbij, hier in de zon is het warm en ik wil geen kou vatten.” Ze kucht.

Zonder dat ik het wist, ben ik in een afscheidsdienst terechtgekomen. De rouwauto is mijn straat ingereden zodat buurtbewoners afscheid kunnen nemen van deze eerste coronadode. Naast de wagen staat de uitvaartverzorger die zo nu en dan wat mensen dichterbij laat komen. De achterklep staat open, er worden van een afstand bloemen in gegooid.

Ik kijk naar de verschillende mensen waarmee ik mijn straat deel. Iedereen is naar buiten gekomen voor een laatste groet. Het valt me op dat veel mensen in het bezit zijn van een hond, vaak een chihuahua of een pitbull. De Red Bulljunkies die normaal gesproken in de kooi aan het voetballen zijn, staan zwijgend naast elkaar op de stoep. Eentje heeft een voetbal in zijn hand. Kille warmte in Bos en Lommer, mijn wijk is een multicultureel levenslied.

Ik kijk naar het plekje waar mijn buurman vaak een klapstoel neerzet, een sigaretje rookt en alle voorbijgangers groet. “Wat een mooie dag, hè buurvrouw?” roept hij vaak.

Het plekje is leeg. Mijn buurman is er niet.

Malou Holshuijsen, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden