Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Kijkend naar mijn mondkap, begon zich een dilemma te ontwikkelen

PlusTheodor Holman

Het juiste morele gedrag ontwikkelt bij mij meestal schuldgevoel. Je doet iets goeds (ik geef de man van de Daklozenkrant bij Albert Heijn zomaar een euro) en hoor dan een blij gemoed te krijgen. Maar ik word niet ‘blij’.

Meteen komen er honderd gedachten in mij op waarom het niet goed is dat ik die euro geef. (Waarom krijgt hij niet gewoon betaald, waarom kocht ik die krant niet gewoon, heb ik hem nu niet als bedelaar behandeld, et cetera.) Schuldgevoel.

Altijd wil ik het goede doen, maar ik weet nooit precies wat dat is.

Mijn laatste probleem met de moraliteit betreft het mondkapje. (Ik haat dat woord en dat ding intussen, maar goed.) Aanvankelijk was er niets aan de hand, maar opeens vielen mij de mondkapjes op die niet om ons smoelwerk gespannen zaten. Ze lagen overal op straat. In mijn portiek, niet in de vuilnisbakken, maar wel in mijn fietsbak, in de vijver van het Vondelpark. Het zijn ook irritante dingetjes, net papiertjes om vieze snoepjes.

Kijkend naar mijn eigen mondkap, begon zich een dilemma te ontwikkelen. Die kapjes moet je namelijk pakweg twee keer per dag vervangen en we moeten ze na gebruik weggooien. Geeft dat niet een enorm milieuprobleem?

Ja, natuurlijk geeft dat een milieu-probleem! Echt goed afbreekbaar lijken ze me niet. Hoorde ik niet dat men een miljard (!) mondkapjes op voorraad heeft liggen, voor een jaar… En nu is dit Nederland, maar hoe zit dat met de rest van de wereld? Is het niet beter voor de jeugd, voor de toekomst van de aarde, voor de flora en de fauna geen mondkapjes te gebruiken?

Hier en daar schetste ik mijn probleem. (Ik doe namelijk graag aan bewustwording.)

“Ik wil niet ziek worden,” zei Joop, “ik ga mondkapjes dragen.”

“We moeten denken moeder Aarde en aan onze kinderen en kleinkinderen,” zei Femke, “Geen mondkapjes!”

Beide standpunten vielen onder de richtlijnen van het RIVM.

Opeens zag ik onder ons cognitieve dissonantie ontstaan. Sterker: opeens ontstond er een cognitievedissonantiepandemie. Die pandemie verdeelde de ‘bubbel’ waarin ik leef in voor- en tegenstanders van de mondkap, in ‘wij’ en ‘zij.’

Wat had ik gedaan? Ik had mensen wijzer willen maken.

Egoïst! Je loopt met een mondkapje op om niet ziek te worden en anderen niet te besmetten – en je vernietigt de aarde en veroorzaakt ruzie onder en met je vrienden.

Schuldgevoel…

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden