Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

‘Kijken we nu naar iemand die een kuil aan het graven is?’ zei M.

PlusMaarten Moll

“Heb jij de buurvrouw van beneden nog gezien de ­laatste dagen?” riep M. vanuit de woonkamer.

“Hoezo?” Onmiddellijk spookten er allerlei scenario’s door mijn hoofd.

“Ik heb haar al een tijdje niet gezien.”

Zo beginnen verhalen.

Ik liep naar het keukenraam.

De buurman van beneden is aan een project bezig. De tuin gaat op de schop. Alles is er al uit. Het is een kleine, kale vlakte.

“Ik zie geen donkere plekken in de tuin,” riep ik naar M.

“Wat?”

“Dat er pas is gegraven.”

“Wat?”

“Laat maar!”

Een paar dagen geleden zag ik hem het houten schuurtje slopen. In al die tijd dat ik op het schuurtje uitkijk heb ik nooit kunnen ontdekken wat er in dat schuurtje staat. Of wat er in dat schuurtje allemaal gebeurt.

Ik zie dat hij al wel een nieuw grindpad heeft gelegd. Met een speelse bocht erin.

Nieuw, schoon grind. Dat je er bijna niet op durft te lopen. Als hij de rest van de tuin maar niet gaat ­betegelen. Gebrek aan fantasie is wijdverspreid.

Er stond een schep in de grond geparkeerd.

De buurman was nergens te zien.

De buurvrouw ook niet.

“Zie je haar fiets wel staan?” riep M.

Alsof ik weet op wat voor fiets de buurvrouw rijdt.

“Ik zie helemaal geen fietsen staan.”

De buurman kwam naar buiten.

“De buurman komt naar buiten!”

M. kwam de keuken in. Samen keken we naar de buurman die de schep pakte en grond begon weg te scheppen. Soms ging hij met beide voeten op de schep staan om in de aarde door te dringen. Een komisch gezicht, alsof de schep hem tegenwerkte.

Na een tijdje zag ik wat hij aan het doen was. Hij groef een kuil.

“Kijken we nu naar iemand die een kuil aan het graven is?” zei M.

“Hij wil iets begraven,” zei ik.

M. keek me aan alsof ik had gezegd dat ik in ufo’s geloof.

“Het wordt vast een vijver,” zei ze.

“Ik zie anders nog geen voorgevormde vijverbak ­liggen,” zei ik, terwijl M. wegliep.

Zal ik vannacht hier bij het raam gaan posten? dacht ik. Kijken of er diep in de nacht iets gebeurt daar in de tuin? Mijn fantasie sloeg op hol. Te veel films gezien, te veel thrillers gelezen. Plastic zakken. Gewroet in de ­aarde. Goodfellas.

Ik verwierp het plan.

Vanochtend keek ik naar de tuin beneden.

De kuil was verdwenen.

Wel verdorie, zie je wel!

Ik wilde M. roepen, triomfantelijk, maar zag toen bij de achterdeur een damesfiets staan.

Die kon natuurlijk van iedereen zijn, maar dat geloofde ik zelf toch niet?

Ik riep niet.

Later in de ochtend hoorden we de buurvrouw buiten lachen.

“Jij met je kuil,” zei M.

En zo eindigen verhalen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden