Plus Column

Kijken naar een woonboot

Thomas Acda Beeld Wolff

We fietsen achter Centraal. Een meisje met een telefoon in haar hand fietst ons tegemoet en als ik me omdraai om tegen mijn zoon te zeggen dat hij dat nooit moet doen, zie ik dat hij zijn routeplanner raadpleegt.

"Moet toch kijken of we goed gaan?"

"Kijk voor je, pap," zegt mijn dochter die bij mij voorop zit. "Je slingert."

Ik had kunnen weten dat het geen dag zou worden voor adviezen van de pater familias. Maar ik was nog niet eens begonnen. We gingen een woonboot bekijken.

"Gelukkig is het somber weer!" had ik bij het oversteken van de Haarlemmerstraat nog geroepen. "Ideaal bij huizen kijken."

Nu fietsen we in de stralende zon.

"Ja," zegt mijn vrouw, "blij dat we in de stromende regen gaan kijken."

Zelfs mijn dochter lacht me uit.

"In de stad was het donker," mompel ik. Langs het bord voor mijn hoofd schiet ik ongevraagde adviezen op mijn gezin af.

"Jongens, als we straks die boot op lopen, alleen maar afkraken, hè? Niet zeggen wat er mooi aan is. En zeker niet gaan roepen: 'Dit wordt mijn kamer'."

"Linksaf!" roept mijn zoon.

"Mijn bril beslaat van de regen, waar zijn jullie?" Mijn vrouw. Komediant.

Alleen de kleinste lijkt mij nog serieus te nemen.

"Maar als het nou heel mooi is?" vraagt mijn dochter.

"Dan nog niet," zeg ik.

"Maar in een van die kamers lagen gouden kussens op de foto."

"Die nemen ze mee-hee!" roept haar broer.

Dit is eerder ter sprake gekomen, kennelijk.

"Als je alles ophemelt, denkt die verkoper: dat gezin wil hier graag komen, ik laat ze
de volle mep betalen."

"Maar als we er nou echt echt willen wonen?"

"Als we er echt echt willen wonen, mag die man dat helemaal niet weten," waarschuw ik. "Je tekst is: 'Ouwe schuit, zeg' en 'duur in het onderhoud zeker?'.

"Dat is toch liegen?"

"Zo werkt het nou eenmaal in de grotemensenwereld, liefie."

Mijn vrouw en zoon kijken me meewarig aan. Ik weet het. Ik weet. Stil.

Bij de boot aangekomen staat de makelaar op de achterplecht.

"Wat een mooie boot!" gilt mijn dochter en ze rent de loopplank op, langs de breed lachende makelaar.

Wacht maar, mannetje, jouw dag wordt het helemaal niet.

"Ouwe schuit, zeg," probeer ik zacht.

Met gepast medelijden laat hij me binnen.


Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden