Opinie

'Kijk niet weg van misbruik Castrum'

Het misbruik in Castrum Peregrini was de afgelopen maanden uitgebreid in het nieuws, ook in Het Parool. Neerlandicus en oud-lid van Castrum Peregrini Frank Ligtvoet vraagt de Raad van Aanbeveling om een echt onderzoek.

Bij sommige gelegenheden droegen de jongens in Castrum bloemenkransen op hun hoofd. Beeld Archief Castrum Peregrini Amsterdam

Geachte Marjan Schwegman, oud-directeur van het Niod, Geachte Job Cohen, oud-burgemeester van Amsterdam, het seksueel misbruik van jongens en jonge mannen in de kring van het Amsterdamse Castrum Peregrini tijdens de oorlog tot in de jaren tachtig, dat jarenlang ondergronds plaatsvond en verzwegen werd, is na een stroom van publicaties in de Nederlandse en Duitse pers nu algemeen bekend.

Omdat u beiden lid bent van de Raad van Aanbeveling van die stichting, die door de Duitse dichter en immigrant Wolfgang Frommel werd geïnitieerd en door kunstenares en oud-burgemeestersvrouw Gisèle d'Ailly goeddeels werd gefinancierd, schrijf ik u vandaag over dat misbruik.

Ik deed dat al eerder gewoon per e-mail, en niet in de openbaarheid. Ik kreeg echter eerst nul op rekest van Castrums directie en bestuur, die op hun website wel lippendienst pleegden aan mij en de slachtoffers van het misbruik, maar ons in werkelijkheid niets substantieels aanboden.

Vervolgens schreef ik u, meneer Cohen, van wie ik ook na aandringen van wederzijdse vrienden, geen antwoord ontving.

En daarna schreef ik u, mevrouw Schwegman, en u eindigde na drie e-mails met een vierde, die bits eindigde met: 'Ik beschouw hiermee de e-mail­wisseling tussen u en mij als gesloten.'

Het leek me alsof u allen slechts in uw institutie en haar publieke gezicht waren geïnteresseerd. Een open brief leek me dus de enige weg om serieuze aandacht te krijgen voor de slachtoffers van Castrum.

Platoons vriendschapsideaal
In de sektarische mannenclub die achter de Duitstalige uitgeverij Castrum Peregrini schuilging, heeft pedoseksueel, seksueel en geestelijk misbruik plaatsgevonden.

Dat kwam voor het eerst naar buiten in een kleine, moedige boekpublicatie uit 2013 in het Duits van de hand van een geheime geliefde van de pan-­seksuele misbruiker Frommel, Joke Haverkorn van Rijsewijk.

Die publicatie was mij ontgaan en ik ontdekte haar in 2016, pas nadat de doos van Pandora zich voor mij had geopend.

Ik was zelf lid van de Duits-Nederlandse sekte geweest en had mij er in de loop van de jaren tachtig met veel moeite en pijn van losgemaakt, echter niet dan nadat mijn vriend, mijn huidige man Nanne Dekking, er in een niet gewenste en niet geslaagde seksuele initiatie was misbruikt.

In dat jaar 2016 dwong een zware depressie me tot zelfonderzoek. Het leidde tot het inzicht dat ik nog altijd, meer dan dertig jaar na dato, belaagd werd door die verrotte club, dat veel van mijn gedrag er nog altijd door bepaald werd en in hoge mate destructief was. Het leidde ook tot research naar Castrum, die ik nog altijd voortzet.

Aan het eind van dat bevrijdingsjaar 2016 opende de doos van Pandora zich tenslotte werkelijk.

Ik vond op een website van een reünie van de internationale kostschool Beverweerd, waar Frommels eerste en oudste pedofiele verovering William Hilsley muziekleraar was geweest, de volgende bijdrage: 'Het seksueel misbruik (wat 2 jaar lang gebeurde) door William Hilsley (70 jaar toentertijd) en Matthijs Pon (huisvader van het B-huis), heeft mij toen ik als 11-jarig kind op Beverweerd zat geen goed gedaan.'

'De meeste leerlingen zagen Hilsley onder aan de trap staan na het eten om mij met zijn vingertje naar de torenkamer te dirigeren. Ian Gulliford heeft mij nooit aangeraakt, maar wel andere kinderen.'

De schrijver was de nu 51-jarige Paul Visser.

Het was voor mij en mijn onderzoek een doorbraak: het is echt waar. Castrum Peregrini was helemaal geen nobele, het hogere nastrevende vriendenkring die jongens volgens het Griekse, Platoonse vriendschapsideaal opvoedde, maar een criminele organisatie waar onder de vlag van 'pedagogische eros' pedoseksueel misbruik plaatsvond.

Dat misbruiker Hilsley door Frommel als dertienjarig jongetje was geworven en zonder twijfel was misbruikt, geeft perspectief aan het karakter van zijn op (pedo)seksuele excessen berustende opvoedingsmethode.

Klassieke wegkijker
Met de hulp van onder meer voormalige huisgenoten van Frommel en Gisèle d'Ailly publiceerde ik in juli 2017 het verslag van mijn onderzoek in Vrij Nederland.

Het werd gevolgd door een hard en onweersproken stuk van VN onderzoeksjournalisten Harm Botje en Sander Donkers.

Nadat ik de zaak had aangebracht bij een officiële Duitse commissie in Berlijn die seksueel kindermisbruik onderzoekt (UKASK), verschenen er in de Duitse kwaliteitspers talloze artikelen over 'Frommel und Freunde'. Ook de tv besteedde er aandacht aan.

Frank Ligtvoet

Neerlandicus, publicist, oud-lid van Castrum Peregrini

Beeld Richard Koek

Twee weken geleden werd Annet Mooijs meesterlijke biografie van Gisèle d'Ailly, de geldschieter van Castrum en huisbaas en huisgenoot van Frommel, gepresenteerd.

De op initiatief van uw stichting geschreven studie was de laatste spijker in de doodskist van Castrums eerbaarheid: alles wat tot nu toe was onthuld, werd door een uiterst zorgvuldige en afgewogen biografie bevestigd.

En meer nog werd duidelijk. Gisèle d'Ailly, die jaren na de dood van Frommel in 1986, door de nieuwe leiding van Castrum, wetend van Frommels misdadig gedrag, tot onbevlekte heilige was verkoren, bleek minder heilig en wel degelijk op de hoogte van Frommels seksueel misbruik dat onder hun gezamenlijk dak plaatsvond.

Zij was een klassieke wegkijker en daarmee medeschuldig aan het leed dat zoveel mannen, en ook vrouwen, is aangedaan. Deze conclusie roept overigens ook vragen op over de houding van Gisèle's echtgenoot Arnold d'Ailly.

Zijn activiteiten bij het diplomatiek opruimen van de desastreuze gevolgen van Frommels verhouding met het uit Marokko naar Amsterdam gehaalde 11-jarige Berberjongetje Achmed, doen vermoeden dat ook hij wist van de pedoseksuele activiteiten binnen Castrum.

Mijn gefnuikte of gefrustreerde e-mailwisselingen met u beiden en al degenen die met uw stichting te maken hebben, gingen niet zozeer om het bestaan van het misbruik, dat was onmiskenbaar, maar om de verantwoordelijkheid voor het verleden en wat mij betrof voor de slachtoffers.

De huidige directie liet mij weten dat, omdat zij Frommel als boegbeeld van Castrum jaren geleden al hadden afgeschaft en Gisèle d'Ailly op zijn plaats hadden gezet, zij voor dat perverse verleden geen verantwoording droegen. In academische zin wilden zij wel historisch onderzoek naar dat verleden doen en stelden daarvoor een commissie in.

De resultaten daarvan zouden ook goed in de programmering van Castrum passen.

Gotspe
Wat een gotspe! De slachtoffers kregen ook een bot toegeworpen: een vertrouwenspersoon om mee te praten. Nu Gisèle d'Ailly als medeverantwoordelijke is geïdentificeerd kan dit ­directie-argument niet meer gelden.

Ik heb in mijn mails naar u en de uwen steeds naar voren gebracht dat er geen twee erfenissen van Castrum kunnen zijn.

Een zou de keurig nette D'Ailly-erfenis zijn met een soort museumpje voor Gisèle en haar vrienden - de kamer van de perverse Frommel staat er meer dan 30 jaar na zijn dood nog onveranderd pico bello ter bezichtiging bij - en een hoogstaand, internationaal cultureel programma in een grachtenpand en prachtige bijgebouwen, gefinancierd met kapitaal afkomstig uit de erfenis van de schatrijke d'Ailly.

De andere erfenis zou die van Frommel zijn, van misbruikte en getraumatiseerde mannen en vrouwen, die ondanks de lege retoriek op Castrums website nog steeds geen enkele erkenning, laat staan steun, van u en de uwen hebben gekregen.

Zo'n vervalsing van de geschiedenis zou voor u beiden toch onverdraaglijk moeten zijn.

Lintjes en oorkondes
Het misbruik in Castrum was moeilijk als zodanig te herkennen omdat de theorie van de pedagogische eros, waarin een oudere een jongere opvoedt tot het hogere, dat misbruik normaliseerde.

Sommige slachtoffers kunnen zichzelf, zoals ook ik lange tijd, dan ook niet als slachtoffers zien.

De pedoseksuele sukkels die niet naar het gymnasium zijn geweest en zich niet in ­hogere kringen bewegen, verdwijnen als ze ­betrapt worden in de psychiatrische zorg en in gevangenissen; de nette mensen rond Frommel en d'Ailly, de professoren, de boekhandelaren, de artsen, de kunstenaars, de musici, de architecten, de oud-burgemeesters, verborgen en verbergen hun pedoseksuele gedrag of het ­pedoseksuele gedrag dat zij waarnamen, onder de dekmantel van de pedagogische eros. d'Ailly en Frommel zelf kregen eerbewijzen en lintjes en oorkondes, tot op Yad Vashems aan toe.

In Duitsland wordt het Castrummisbruik wel degelijk serieus genomen. Begin dit jaar werd ik uitgenodigd door bovengenoemde onafhankelijke Duitse commissie.

Ik deed drie uur lang verslag voor een groep van zestien mensen, ­bestaande uit slachtoffers, onderzoekers, specialisten en ambtelijke observatoren. Er zijn ­inmiddels uitnodigingen uitgegaan naar twee andere slachtoffers.

Het is mij een raadsel waarom wij naar Berlijn moeten om ons verhaal bij een onafhankelijke commissie te doen, en niet gewoon terecht­kunnen bij een onafhankelijke commissie in Amsterdam.

Maar misschien kan dat niet omdat u, mevrouw Schwegman, en u, meneer ­Cohen, te zeer nette mensen zijn en de touwtjes zelf graag in handen willen houden.

Frank Ligtvoet, Brooklyn, New York

Lees ook: Het sprookje van Gisèle d'Ailly

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden