Opinie

‘Keuzes bepalen het gevolg van de coronacrisis’

Zes wetenschappers, één kwestie. Samen geven zij in dit opiniestuk duiding over een actueel onderwerp. Dit keer: de toenemende ongelijkheid in Nederland.

Beeld Mathilde Bindervoet

Digitale ongelijkheid neemt toe

We zien de digitale ongelijkheid toenemen. Er zijn allerlei oplossingen die ons in staat stellen door te gaan met onze activiteiten, of zelfs nieuwe initiatieven te ontplooien, met de digitale middelen die er nu zijn. Zo kunnen mensen elkaar helpen en hun werk vanuit huis blijven doen. Maar voor veel ouderen, en zeker niet alleen de alleroudsten, zijn al die online contacten een uitdaging. Dat is ook het geval voor veel mensen met een praktisch beroep. Ze hebben minder digitale apparaten in huis en het werk dat zij doen is moeilijker om te zetten naar een online variant. Waar sommigen de sprong voorwaarts maken naar het digitale tijdperk, lopen anderen het risico definitief achter te blijven.

Russell Spears, hoogleraar psychologie

Flexibele contracten

De eerste tekenen van toenemende ongelijkheid zijn niet goed. Denk bijvoorbeeld aan de flexibele schil in Nederland, de grootste in Europa. Waar eerder al bedenkingen waren bij de omvang ervan, is het inmiddels een rampscenario geworden.

Degenen met een tijdelijke baan staan nu nóg onzekerder in de toekomst, hun baan is in gevaar. Veel jongvolwassenen hebben te maken met flexibele contracten. Onzekerheid leidt tot het noodgedwongen uitstellen van keuzes als het kopen van een huis.

Voor lager opgeleiden was het al moeilijker om uit de flexibele schil te komen met banen als verkoper of schoonmaker. Wat een contrast met de mensen met vaste banen, die ondanks dat ze nu misschien minder productief zijn wel zekerheid kennen en elke maand hun salaris krijgen uitbetaald.

Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie

Hervormen door crisis

De cruciale vraag is niet welke ongelijkheden ontstaan, maar welke keuzes nu gemaakt worden om deze crisis het hoofd te bieden. Die keuzes kunnen op de lange termijn ook positief ­uitwerken. Een historisch voorbeeld is de aardbeving die Lissabon verwoestte in 1755. De schok bood hervormingsgezinden de kans om de Portugese economie en samenleving te moderniseren. Het was een kans voor opkomende groepen om de oude macht van de adel en de kerk te doorbreken en de wetgeving en het eigendomssysteem te hervormen.

Een ander, bekender voorbeeld zijn de twee wereldoorlogen, die het proces van emancipatie, democratisering en de opbouw van sociale verzorgingsstaten hebben versneld. Hierbij was wel cruciaal dat gewone mensen, via hun associaties, organisaties, en vakbonden een grote invloed op de besluitvorming konden uitoefenen. Dat zorgde ervoor dat de lasten van de crisis gelijkelijk verdeeld werden, waardoor de genomen maatregelen uiteindelijk bijdroegen aan een grotere gelijkheid en welvaartsgroei.

Bas van Bavel, hoogleraar sociaal­economische geschiedenis

Herstructurering van bedrijven

Ook in het recente verleden is te zien dat de effecten van een crisis afhangen van de keuzes die worden gemaakt. In 2005 was de publicatie van cartoons van de profeet Mohammed in de grootste Deense krant, Jyllands-Posten, voor veel landen aanleiding voor een langdurige boycot van Deense producten. Die boycot dwong het Deense bedrijfsleven tot kosten­besparingen. In plaats van mensen op de werkvloer te ontslaan werd bezuinigd op het middenmanagement. De organisaties werden daardoor platter en, omdat plattere organisaties kleinere loonverschillen hebben, namen de inkomensverschillen vervolgens af.

Rafael Wittek, hoogleraar sociologie

Maatschappelijke tegenstellingen

Streven naar gelijkheid is geen doel op zich. Ongelijkheden zijn niet per se oneerlijk. Niemand zal beweren dat het grotere aantal coronaslachtoffers in Noord-Brabant betekent dat Brabanders onrechtvaardig worden behandeld. Als we zien dat er ‘digitale ongelijkheid’ is, moeten we niet alle iPads gaan herverdelen om maar te zorgen dat iedereen gelijk is. Het is beter om te onderzoeken welke voorzieningen minimaal vereist zijn en dan zorgen dat de groep die slecht af is wel een inhaalslag kan maken. 

Zoals gebeurt in de gemeente Amsterdam, waar iPads en laptops beschikbaar werden gesteld aan kinderen die thuis hun schoolwerk niet konden maken. Dit geldt ook voor verschillen op de arbeidsmarkt, zoals de positie van zzp’ers. We moeten oppassen dat we met de grote nadruk op ongelijkheid niet juist maatschappelijke tegenstellingen creëren. Is het probleem dat de ene groep beter af is dan de andere of gaat het om het bewaken van de ondergrens: het voorkomen van armoede, werkloosheid, en financiële onzekerheid?

Martin van Hees, hoogleraar ethiek, relativeert de grote aandacht voor gelijkheid

Bedrijven krijgen voorrang

Een analyse van berekeningen van de gemiddelde lastendruk, op basis van CPB-cijfers over de periode 1986-2017, suggereert dat beleidsmakers geneigd zijn meer rekening te houden met belangen van (grote) bedrijven dan met die van burgers. Lastenverlichtingen die in verkiezingsprogramma’s aan huishoudens voorgespiegeld werden, bleken stelselmatig lager uit te vallen dan beloofd. De lastenverlichting voor het bedrijfsleven was juist onverwacht groot. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat de belangen van verschillende groepen goed worden afgewogen wanneer het erom spant.

Naomi Ellemers, universiteitshoogleraar ­sociale wetenschappen

Als kerngroep van SCOOP (Sustainable Cooperation) leiden de auteurs sinds 2017 een gebundeld onderzoeksprogramma naar duurzame samenwerking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden