Max Pam en Paul Brill. Beeld Artur Krynicki

Kennisvraag: hoe heet de huidige secretaris-generaal van de VN?

Plus Brill en Pam

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: politiek gekonkel.

Brill

Voor de verandering begin ik met een kennisvraag. Hoe heet de huidige secretaris-generaal van de Verenigde Naties? En waar komt hij – het is inderdaad een man – vandaan?

U kunt zo gauw niet op zijn naam komen?

U hoeft zich niet te generen. Ik heb een steekproefje gehouden onder kennissen met bovengemiddelde belangstelling voor internationale zaken, en slechts één van hen kon naam en land van herkomst meteen produceren. De anderen moesten het antwoord schuldig blijven.

Ik kan het niet bewijzen, maar ik maak me sterk dat dit niet was gebeurd in de tijden van U Thant, Javier Pérez de Cuéllar en Kofi Annan. Komt het doordat de huidige VN-baas zo’n bleek figuur is? Ook op dit punt kun je niets met stelligheid zeggen, maar het lijkt me dat hij qua persoonlijkheid zeker niet onderdoet voor, pakweg, Boutros Boutros-Ghali, die van 1992 tot ’97 de scepter zwaaide bij de wereldorganisatie. En ook in diens geval denk ik dat mijn respondenten destijds zijn naam wel hadden geweten.

De huidige secretaris-generaal heet António Guterres. Hij was van 1995 tot 2002 premier van Portugal en daarna tien jaar Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen in Genève. Bepaald geen obscuur persoon dus. Dat zijn naam niet op ieders lippen ligt, heeft dan ook vooral te maken met iets anders: de afnemende betekenis van internationale organisaties.

De VN is er het beste voorbeeld van. De motiemachine in New York blijft draaien, maar bij de grote internationale kwesties zit Guterres c.s. op de reservebank. Ook regionale organisaties, zoals de Navo, verliezen aan gewicht, terwijl de ooit onaantastbare Wereldbank een geduchte concurrent heeft gekregen in de door China geleide Aziatische investeringsbank AIIB.

Dat is een paradoxale ontwikkeling in een wereld waar de onderlinge afhankelijkheid op tal van gebieden – handel, klimaatbescherming, bestrijding van terrorisme en criminaliteit – juist toeneemt. Of althans dat de noodzaak ervan veelvuldig met de mond wordt beleden.

Maar met Xi Jinping, Vladimir Poetin, Donald Trump en nu ook Boris Johnson wordt de internationale arena gedomineerd door politieke leiders die weinig ophebben met multilaterale instituties en veel liever een-op-een zakendoen. Ook het begrip bondgenootschap staat bij hen niet hoog aangeschreven. Ze zweren bij het motto van de 19de-eeuwse Britse staatsman Lord Palmerston, die over zijn land zei dat het geen eeuwige vrienden heeft, alleen eeuwige belangen.

In Parijs mag men graag de Europese vlag hijsen en pretenderen dat Palmerstons gevleugelde woorden daar niet van toepassing zijn, maar in feite doen de Fransen zelden aan vriendendiensten. Jeroen Dijsselbloem kan erover meepraten.

Pam

De zesdelige serie The Clinton Affair over de kortstondige verhouding die deze president zo stom was aan te gaan met Monica Lewinsky, liet mij vooral achter met gevoelens van verbazing. Vijfentwintig jaar geleden had ik de zaak geamuseerd gevolgd, maar pas nu begon het tot mij door te dringen wat daar indertijd overhoop was gehaald. Miljoenen kostende onderzoeken, vastgelegd in dossiers van honderdduizenden pagina’s, terwijl het bestuur van het machtigste land ter wereld zo’n beetje plat werd gelegd.

En dat allemaal voor een eenvoudige zaak: jong assistentje wordt verliefd op de president, die met wederzijdse instemming zijn hand (‘and his penis’) onder haar rokje steekt. Dat had die lamlul nooit moeten doen, maar als hij daarvoor zijn excuses had aangeboden, was er niet veel aan de hand geweest. Nu ontplofte de zaak en kregen zijn Republikeinse vijanden eindeloze mogelijkheden tot obstructie.

Ooit heb ik colleges gevolgd bij de politicoloog Lucas van der Land (1923-1984). Die verkondigde dat politiek bedrijven niets anders is dan een heftigere uitvoering van het gewone leven. De mechanismen die je thuis ziet, keren uitvergroot terug in de politiek. Margaret Thatcher zou later iets soortgelijks zeggen: “Iedere vrouw die de problemen bij het bestieren van een huishouden begrijpt, zal de problemen bij het besturen van een land sneller begrijpen.”

Aan die opvatting denk ik vaak als wij, argeloze burgers, getuige zijn van wat wij ervaren als politiek gekonkel. Neem de mislukte pogingen van Jeroen Dijsselbloem om opvolger te worden van Christine Lagarde, die baas was van het International Monetary Fund (IMF). In de Volkskrant stond een foto, genomen tijdens de Griekse crisis van 2015. Een staande Dijsselbloem buigt zich van achteren over Lagarde, die zittend iets aan het schrijven is. Hij geeft haar een kus op de wang en je ziet aan haar verbaasde blik dat zij daar niet zo van gediend is.

Misschien was het allemaal gespeeld en hebben die twee in het diepste geheim een verhouding, maar dat zal uiterst onwaarschijnlijk zijn. Mij lijkt eerder dat Lagarde op dat moment heeft gedacht: hé, wat is dat voor een rare vent? Wat moet die van mij?

En dat krijgt die rare vent nu terugbetaald.

Bij de opvolging van Lagarde zijn het juist de Fransen geweest die Dijsselbloem hebben genaaid, althans dat zeggen Nederlandse ingewijden. De Franse bemiddelaar Le Maire heeft alle Zuid-Europese landen tegen Dijsselbloem opgestookt, voor hij kwam aanzetten met een Bulgaarse van 66 jaar, die volgens de IMF-spelregels de toegestane leeftijdgrens is gepasseerd. Wat een vernedering voor Dijsselbloem!

Lucas van der Land had gelijk: zelfs in de politiek is alles persoonlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden