Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Kennissen van ons gaan naar de voedselbank en ik zie schaamte en kleinheid

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Die nazi’s die in Duitsland een coup wilden plegen, waren liefhebbers van Poetin. Ze bezochten een paar keer de Russische ambassade in Berlijn, sommigen kregen geld van het Kremlin en hoewel het op het oog tegenstrijdig lijkt dat oud-communisten met oud-nazi’s overleggen, is het begrijpelijk. Poetin is ook een nazi, net als die Prinz Heinrich. Beiden willen het herstel van een Groot Rijk dat ze op een agressieve militaristische manier willen bereiken en uiteraard wordt dat alles uitgeserveerd met een flinke scheut antisemitisme.

(Schaamteloze Jodenhaat – dat is pas een pandemie! Vind daar nou eens een vaccin tegen uit.)

Als dat geen nazisme is, wat is het dan wel?

Het rare is dat in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw we verdomd goed wisten waarom het nazisme zo populair was. Mijn oom correspondeerde met Erich Fromm, een naar Amerika gevluchte Joodse psychiater die onder andere gezocht heeft naar een reden waarom het nazisme destijds zou populair was. In zijn boek De angst voor vrijheid vertelt hij dat mensen gevoelig worden voor dictaturen als ze zich onder meer onbenullig voelen, klein, machteloos. Dus wanneer economische omstandigheden ze arm maken.

Wij waren in de jaren zeventig diep onder de indruk van dat boek. Maar een dreiging van het nazisme was er voor ons niet. De oorlog was afgelopen. We werden rijker. Niemand voelde zich onbeduidend of machteloos. Integendeel.

Maar nu gaan er kennissen van ons naar de voedselbank en zie ik schaamte en kleinheid, hoor ik verhalen over vernedering en haat. Haat tegen de overheid. En ik hoor nog meer waardoor we vrienden verliezen. Niet dat we met woede afscheid van ze namen, maar we groeiden, in twee jaar tijd, uit elkaar omdat we elkaar niet meer begrijpen en willen begrijpen.

“Ben je niet paranoïde aan het worden. Hier valt het fascisme toch wel mee?”

Misschien ben ik paranoïde. Dat is dan de band die ik heb met de lieden die ik juist paranoïde vind, omdat ze alles en iedereen wantrouwen en zo snel mogelijk een sterke man willen hebben.

En tja, die overheid...

Ook ik wantrouw de regering. Ik hoop voortdurend kritisch te kunnen zijn. Maar wat als constante kritiek wordt beschouwd als ondermijnend voor de democratie? Ik wil de democratie niet ondermijnen. Integendeel. Laat duizend meningen bloeien.

En ik weet dat verbieden averechts werkt. Ondergronds kan iedereen held worden. Met name machtelozen die luisteren naar dreigende sadisten.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden