Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Kauthar Bouchallikht in een zwarte broek? Dan waren ze ook woedend

PlusJohan Fretz

Bij elke nieuwe ophef rond GroenLinks-Kamerlid Kauthar Bouchallikht stel ik mezelf maar één vraag: was de ophef ook ontstaan als zij precies het tegenovergestelde had gedaan/gezegd? Het antwoord daarop is eigenlijk altijd ja.

Dus wanneer zij in een hippe broek, met de handen in haar zakken voor de interruptiemicrofoon staat en de bloeddruk van hysterisch rechts weer beweegt richting standje halve finale EK-voetbal (Nederland-Duitsland, 88ste minuut, 1-2 achterstand), dan weet je: als ze daar vurig gebarend in een lange zwarte broek had gestaan, dan waren dezelfde mensen ook woedend geweest.

Logisch, in een land waar actiekrant De Telegraaf per hoofdredactioneel commentaar beweert dat Bouchallikht een infiltrant is, een wolf in schaapskleren, die zich strategisch anders voordoet dan ze is. Een grove, grensoverschrijdende verdachtmaking: niet wat zij doet, maar dat zij bestaat, is een bedreiging.

Dus toen Bouchallikht een paar dagen geleden op Facebook meldde dat een rechts Kamerlid haar in de Kamerkantine had toegeworpen dat zij er met hoofddoek en mondmasker uitzag als een boerkadrager, verbaasde dat helemaal niemand. In de Kamer zitten tenslotte ook mensen die gezellig dineren met openlijke racisten en antisemieten. Kamerleden die de Holocaust relativeren en het Derde Rijk verheerlijken. Kamerleden die hele ministeries willen oprichten om een bevolkingsgroep te onderdrukken en Nederlanders van hun grondrechten te ontdoen. Kamerleden die door de hoofdredactie van de krant van Wakker Nederland nooit eens ‘wolven in schaapskleren’ worden genoemd, misschien omdat ze hun schaapskleren allang hebben uitgetrokken, net als De Telegraaf zelf.

Bouchallikht heeft voor GroenLinks gekozen en onderschrijft alle progressieve idealen van die partij. Heel wat anders dan de religieus conservatieven die ooit bij de PvdA werden binnengehaald om migratiestemmen binnen te slepen. Je zou het emancipatie kunnen noemen. Maar de Nederlandse moslim is altijd vogelvrij.

In Nederland zijn we alleen dol op de Ayaans, mensen die hun voormalig geloofsgenoten nog wat trappen nageven en zo een schild vormen waarachter racisten zich kunnen verschuilen. Zelfs Ahmed Aboutaleb, die er werkelijk alles aan doet om een stad vol Joost Eerdmansen te behagen, kan elk moment in ongenade vallen. Wanneer hij zich laat ontvallen dat de avondklok lastig is tijdens de ramadan, dan wordt hij nog net niet als staatsgevaarlijk gemarkeerd door de NCTV. Je kunt een uitmuntende Kamervoorzitter zijn, die door elke politicus en zijn moeder wordt geroemd als ‘fantastisch rolmodel’, maar als het even zo uitkomt, word je als wisselgeld gewoon bij het grofvuil gezet.

Sinds Fortuyn was het adagium ‘integreren, de taal spreken, meedoen’. Maar twintig jaar later blijkt dat een schijnheilige leugen te zijn geweest: je moet niet meedoen. Je moet als een dociel circusaapje door de hoepel springen die voor jou bedoeld is, de hoepel van zelfvernedering.

Onder het mom van vrijheid wordt de Nederlandse moslim telkens opnieuw de meest fundamentele vrijheid ontnomen: de vrijheid om te zijn wie je bent. Er school dus een ongekende kracht in de reactie van Bouchallikht op de vernedering door het rechtse Kamerlid: “Wen er maar aan.”

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden