Beeld Sjoukje Bierma

Kastanjes. Wat kun je er eigenlijk mee?

PlusMaarten Moll

Hij staat onder de boom in zijn winterjas. Leunt tegen de stam.

Aan zijn voeten een grote plastic tas.

In het gras twee voorovergebogen figuurtjes. Zijn kinderen. Ze rapen.

Hij heeft eraan moeten geloven. Herfstvakantie. De vraag die ’s ochtends door het huis schalde. “Gaan we vandaag kastanjes zoeken?”

Het jaarlijkse ritueel.

Zijn vrouw die hem in zijn zij porde, en zich nog eens omdraaide.

De kinderen hebben de grootste tas uit de kast gehaald. Laarsjes al aan.

Ze weten ook naar welke boom ze moeten. Elk jaar die ene. De minst fiere van het parkje.

“Waarom die boom?” heeft hij een keer gevraagd.

“We zien nooit iemand bij die boom kastanjes zoeken,” was het antwoord.

Met volle handen komen ze naar hem toegelopen. Laten de buit in de plastic tas vallen.

Hij kijkt in de tas.

“Alleen de mooie,” roept hij, de keurmeester.

Als de kinderen niet kijken, haalt hij er snel een paar handen kastanjes uit. Hij stopt ze in de zakken van zijn jas. Af en toe haalt hij er een tevoorschijn en probeert hij een lantaarnpaal te raken.

Kastanjes. Wat kun je er eigenlijk mee? denkt hij.

Hij voelt weer de pijn in zijn schouder, want hij is een keer onderuitgegaan met zijn fiets toen hij over een kastanje reed. De kastanje sprong naar het midden van de weg, en met een van pijn vertrokken gezocht bleef hij net zo lang op straat liggen tot hij zag hoe een auto de kastanje plette.

Hij haat kastanjes.

En hij weet wel wat je met kastanjes kunt doen, want straks zit hij met zijn kinderen aan de keukentafel. Waar ook het geprinte A4’tje ligt met beesten die je van kastanjes kunt maken.

Het zal gaan zoals elk jaar, als zijn kinderen al na een paar minuten – een mislukte koe en een afgeraffelde giraffe – wat anders zijn gaan doen, en hij in zijn eentje onder de lamp aan de met oude kranten bedekte keukentafel zit.

Met zijn Opinelmes en een pak satéprikkers. De berg kastanjes.

En dan gaat hij toch aan de slag. Maakt hij fantasie­figuren, grote bouwwerken van beesten met zeventien koppen en vier rompen en veertig poten. Enge ogen en vlijmscherp gesneden tanden waar zijn kinderen bang van worden. Hij is er nog heel lang zoet mee, tot de laatste kastanje. Hij laat zelfs zijn koffie koud worden.

“Ook kleintjes,” roept hij. “Voor de voeten.”

Na twee weken vensterbank zal hij de beesten zonder bezwaard gemoed in de vuilnisbak proppen.

Behalve de koe en de giraffe, die hij mooi positioneert, en die nog tot ver in december zullen blijven staan.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden