Plus Column

Karaoke fuckt met je brein, en dat gaat als volgt

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Wie aan Noord denkt en aan zijn inwoners, denkt meestal vrij snel aan Floradorp of aan de mensen in de Vogelbuurt. Hard werken, niet klagen, in de zomer lekker met een biertje in een tuinstoel voor de deur. Ajax. Een tatoeage met de naam van je dochter. Op elkaar letten en er voor elkaar zijn. Met andere woorden: het goede leven.

En de straatcultuur. Die ook. Jongeren zonder toezicht tot na middernacht op straat, jointjes, scooters. En hiphop, natuurlijk.

Dit jaar vierde ik oud en nieuw in Noord.

Maar niet in een van de buurten die ik net al ­beschreef. Nee, sinds een tijdje is er in de Buik­sloterham een ander soort Noord ontstaan. Twee straatjes waar de bewoners een kavel (sommigen zelfs twee) hebben gekocht en er huizen op hebben gebouwd met behulp van een architect die ze vermoedelijk soms zelf zijn.

Het resultaat: houten gevels, hoge, loftachtige ruimtes, veel glas, minstens net zoveel staal. Allemaal heel particulier, maar gek genoeg lijken de meeste woningen ontzettend op elkaar.

Goed. In één van die huizen vierde ik de jaarwisseling.

Het thema was karaoke. Onnodig te zeggen dat er gezongen werd. Denk Prince, denk Abba, denk Rob de Nijs en denk vooral Eternal flame.
Men was enthousiast. En werd steeds enthousiaster.

Karaoke fuckt met je brein, en dat gaat als volgt (ik wist dit niet): zodra je één nummer hebt gezongen en de schroom van je af hebt gegooid, wil je meer. En meer. En nog meer. Het kwam er dus op neer dat het ontstane karaokefeest werd onderbroken door aftellen, het plichtmatig openen van flessen mousserende wijn, het kijken naar vuurwerk en het omhelzen van onbekende buren.

Daarna snel naar binnen om verder te zingen. En toen gebeurde het. Een peloton jongens en meisjes in merkkleding, in de leeftijd van elf tot veertien, wilde ook wel een moppie meezingen. Tuurlijk, waarom niet, jongens. Be my guest.

En wat zongen ze? Gass, de monsterhit van rapper Sevn Alias, over wie ik eerder al eens schreef. Ze hadden de tekst amper nodig. Het was alsof ze uit Zuidoost kwamen, alsof er in huizen geen gietvloeren lagen en alsof hun ouders geen ontwerper waren, of 'maker', of iets anders interessants en lucratiefs waardoor ze hier woonden en elke morgen een stevig en ­biologisch ontbijt hadden, voordat ze naar hun goed aangeschreven scholen fietsten.

Het was, kortom, een beetje vreemd.

Na nog een paar liedjes kwamen hun ouders en moesten ze naar bed, stuk voor stuk terug naar hun zelfgebouwde huis. Terwijl ze met zichtbare tegenzin afdropen, vroeg ik me af of ze ooit te weten zouden komen dat er nog een ander Noord is, en een straatcultuur.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden