Opinie

‘Kandidaat-premier en running mate niet gebruiken in de Nederlandse politiek’

Het CDA heeft het veel over een ‘kandidaat-premier’ en ‘running mate’. John Jansen van Galen blikt terug op de politieke geschiedenis van de partij en ziet dat het loze termen zijn.

null Beeld BSR Agency
Beeld BSR Agency

Wat de race van het CDA naar de verkiezingen oplevert is nog onduidelijk, maar nu al heeft die het Nederlandse politiek bedrijf twee nieuwe termen opgeleverd: running mate en kandidaat-premier. Die slaan geen van beide op bestaande functies en dienen ter wille van de duidelijkheid dan ook zo spoedig mogelijk weer te verdwijnen.

Tot running mate van Hugo de Jonge werd Pieter Omtzigt aangewezen, nadat hij de strijd om het lijsttrekkerschap nipt van hem verloren had. Wat doet een running mate in Nederland? Niets, zoals we in de maanden daarna hebben kunnen zien: De Jonge en Omtzigt zijn niet één keer samen opgetreden, hebben niet één gezamenlijk interview gegeven. En stel dat De Jonge bij de verkiezingen een onwaarschijnlijk groot succes zou boeken en in aanmerking zou komen voor het formateur- annex premierschap, dan was het heel wel mogelijk dat zijn ‘running mate’ met lege handen bleef staan.

Roemruchte uitzonderingen

In de Verenigde Staten, waar de term vandaan komt, is dat anders. Joe Biden is tot president verkozen en zijn running mate Kamala Harris wordt vicepresident. Als Biden tijdens deze ambtsperiode mocht komen te overlijden, volgt zij hem automatisch op. Daar heeft het begrip running mate dus inhoud en betekenis.

Vervolgens kwam de term ‘kandidaat-premier’ uit de Haagse hoge hoed. In een van de varianten voor het vullen van de vacature die Hugo de Jonge achterliet, zou Omtzigt als lijsttrekker optreden, terwijl minister van Financiën Wopke Hoekstra dan gepresenteerd zou worden als ‘kandidaat-premier’. Met andere woorden: als het CDA door de populaire ­Omtzigt naar een verkiezingszege geleid werd, moest hij daarna een stap terug doen ten behoeve van de ‘kandidaat-premier’, die al die tijd in de coulissen had staan wachten.

Hoe lang is het geleden dat iemand minister-president werd die niet bij de verkiezingen zijn partij aanvoerde? Meer dan vijftig jaar geleden! In 1967 werd voormalig duikbootkapitein Piet de Jong premier, nadat de felle verkiezingsstrijd van de Katholieke Volkspartij (KVP) gevoerd werd onder leiding van fractievoorzitter Norbert Schmelzer. Maar De Jong was geen ‘kandidaat-premier’ geweest, hij was staats­secretaris en minister van Defensie en hield zich buiten het politieke gewoel dat hem als voorzitter van zijn kabinet te stade kwam.

Kandidaat-premier en running mate zijn geen bestaande functies en moeten dat ook niet worden. (Premier is het trouwens formeel, grondwettelijk, evenmin. Er is een minister die de vergaderingen van het kabinet voorzit en die noemen we minister-president). Je strooit de kiezers met zulke termen zand in de ogen. Wie kandidaat-premier is, blijkt pas na de verkiezingen: in principe de lijsttrekker van de grootste partij, al zijn daar roemruchte uitzonderingen op.

In 1948 liet de KVP, die de grootste was geworden, de eer van het premierschap aan PvdA-lijsttrekker Willem Drees in ruil voor ­zeggenschap over het Indonesiëbeleid. In 1971 werd de KVP ook de grootste, maar ze verkeerde, nadat ze premier De Jong zijn congé had gegeven, in een leiderschapscrisis en gunde het premierschap aan de aanvoerder van de veel kleinere Anti-Revolutionaire Partij, Barend Biesheuvel, alias Mooie Barend. Maar in het algemeen is het een terechte af­spiegeling van parlementsverkiezingen, dat de lijsttrekker van de grootste partij premier wordt.

Joop den Uyl

En de ‘running mate’? Het beste voorbeeld, ook bijna een halve eeuw geleden: Joop den Uyl en André van der Louw die voor de Kamerverkiezingen van 1971 de verkiezingsaffiches van de PvdA deelden: de kale ome Joop naast de flamboyante, zwaar besnorde pijproker Van der Louw. Met de laatste hadden de kiezers eigenlijk niks te maken: hij was vicevoorzitter van de partij en zou in dat jaar voorzitter worden, maar daar hebben kiezers die geen partijlid zijn niets mee te maken. Hij kwam niet eens in de Tweede Kamer.

Waarom stonden ze dan samen op de foto, althans: stonden hun beider foto’s op de aanplakbiljetten? Dat brengt ons bij de reden voor de actuele terminologie van het CDA. Er waren in 1971 hevige spanningen in de PvdA, radicale jongeren die zich hadden verenigd in Nieuw Links, zagen niks in Den Uyl met zijn ‘kleine stapjes’. Die jongere kiezers moesten gepaaid worden met het portretje van Van der Louw, prominent Nieuw-Linkser.

Zo is het nu ook gesteld in het CDA: de partij is verdeeld (al kan niemand uitleggen waarover de verdeeldheid inhoudelijk gaat) en de diverse stromingen moeten gepaaid worden door hun aanvoerders met fictieve hoge functies te bekleden. Omtzigt bindt veel kiezers aan zich en om die te behouden noemden ze hem running mate. En Hoekstra kwam in beeld als ‘kandidaat-premier’.

Maar zulke niet-bestaande functies zetten de kiezer op het verkeerde been en maken de democratie onhelder.

John Jansen van Galen Journalist en publicist. Beeld ANP Kippa
John Jansen van Galen Journalist en publicist.Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden