PlusColumn

Kan ik er wat aan doen dat ik moet hoesten!

Gijs GroentemanBeeld Linda Stulic

Maandag ging ik naar de elfde symfonie van Sjostakovitsj. Ik was in een opperbest humeur. Sjostakovitsj is (na Mahler) m'n lievelingscomponist, mijn vrouw was mee, ik zat op m'n favoriete plek in het Concertgebouw (achter het orkest, zodat je de dirigent in z'n gezicht kijkt) en het Nederlands Philharmonisch is mijn lievelingsorkest (net zo goed als het Concertgebouworkest, veel leuker publiek).

Bovendien was ik er bijzonder goed van op de hoogte dat het in de elfde van Sjostakovitsj lekker tekeer zou gaan. Dat is omdat die elfde over de Russische revolutie van 1905 gaat, óf juist over de Goelags van Stalin (daar zijn de geleerden het nog niet over eens, ik denk het laatste, maar dit terzijde), in ieder geval wordt er heel wat leed behandeld, en dat is te horen - het Concertgebouw zou straks trillen op zijn grondvesten.

Maar eerst nog het oeverloze, schrille begin. De violen, hoe zacht kunnen die klinken! Prachtig.

En daar zijn ze: de eerste kuchsalvo's vanuit de zaal. Irritant.

Nog irritanter: ineens voel ik in mijn eigen keel een onweerstaanbare kriebel. Zo eentje die alleen maar weg te kuchen is. Ik besluit op de rammende pauken te wachten.

Nee. Kan niet. Die kutkriebel wordt sterker. Die piepende violen gaan nog minutenlang aanhouden, ik weet dat.

Ik kuch. Verlost.

Dat duurt twee minuten, dan dient een nieuwe kriebel zich aan. Ik kuch weer.

Zou de dirigent het doorhebben? Hij is een schattige baby van 31, hij kijkt niet op of om.

Rechts achter mij wordt wel op-en-om gekeken. Een angstaanjagende, kale man met een boze bril op begint woest naar mij te gesticuleren dat ik stil moet zijn.

Ja, hallo! Kan ik er wat aan doen dat ik moet hoesten! Er komt weer een kriebel. Ik kuch. En nog een. Even later barst het orkest los met z'n gebeuk en kan er vrijelijk gekucht kunnen worden, maar nu hoeft het niet meer.

Dan begint het plannen-verzinnen: wat ga ik straks met die kale man doen? Ik besluit om hem woedend aan te spreken: "U denkt toch niet dat ik voor mijn plezier zit te hoesten?!"

Nee, ik zal alleen maar langs hem te lopen en hem een vuile blik toe te werpen. Nee, ik ga beleefd vilein doen en hem een schuldgevoel bezorgen: "Excuses, u dacht waarschijnlijk dat ik zat te hoesten om u te pesten, maar ik heb longkanker."

Enfin, Sjostakovitsj en zijn Russische revolutie gaan goeddeels aan mij voorbij omdat ik wraakoefeningen voor de man rechtsachter me zit te verzinnen. Als het concert is afgelopen zegt mijn vrouw: "We hoeven toch niet langs die kale engerd te lopen hè?"

'Nee hoor', zeg ik, en zie hem de gang van het Concertgebouw in verdwijnen. Alles voor niets geweest.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden