Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Kaag veranderde in een gier, Hoekstra leek een hoekige Brutus

PlusTheodor Holman

Soms betrap je een kind op een leugen.
Ik handel dan intuïtief.
“Hoe kan het dat de koekjes­trommel nu leeg is?” vraag ik.
“Ik weet het niet.”

“Ik denk dat jij misschien per ongeluk de koekjes hebt opgegeten, denk je niet? Niet meer doen, hoor.”

Ik kan niet hard zijn. Onmiddellijk heb ik medelijden met de kleine leugenaar; ik zie de benauwdheid in de ogen en die wil ik niet zien. Vergeving is een onderschat corrigerend middel. De grens van wat niet mag wordt door vergeving vaak scherper gesteld. Bij kinderen. Maar bij ouderen ligt dat ingewikkelder.

Als ik hoor hoe Rutte de waarheid geweld aandoet, krijg ik een grote behoefte hem te straffen. Wilders schreeuwde constant “Leugenaar! Leugens! U liegt!” Dat was in het parlement weinig parlementair taalgebruik. Maar ik kon het me goed voorstellen.

Op een gegeven moment is het bijna on­ethisch om niet het juiste woord te gebruiken. Juist in het parlement hoeft een medeparlementariër niet te worden ontzien. De leugen hult zich vaak in de idiootste kostuums, maar een leugen blijft een leugen. Je hoopt door die toneelkleren van het lijf te scheuren en met recht te roepen dat iemand liegt, de naakte waarheid te tonen.

Gebeurt zelden. Niet bij Rutte.

Onder elk pak zit een nieuw, gemaakt bij kleermaker Schildpadrug.

Maar ik ontdekte dat er wat anders aan de hand was.

Rutte – machtig, ervaren, sluw, glibberig – zag ik opeens veranderen in een kind. Wat was dat? Hij zat alleen op het bankje, hulpeloos, een spin die vast was komen zitten in zijn eigen web. Eén van zijn twee telefoons gebruikte hij als houvast, evenals zijn stropdas waaraan hij continu trok, wat me een symbolische handeling leek.

Ik kreeg medelijden! Kaag veranderde in een gier die fanatiek de ingewanden van een dode muis stond weg te pikken en Hoekstra in een hoekige Brutus die door het lot leek aangewezen om het vonnis te voltrekken.

Verder zag ik een roedel wolven. Politici. Ze ergerden mij.

Onzin. Ik weet het.

Een aangenomen motie van wantrouwen was terecht geweest. En ofschoon ik het de dames en heren kwalijk nam dat ze maar bleven spelen met de nog half levende prooi, vond ik ze tegelijkertijd laf dat ze in meerderheid niet de consequentie trokken uit hun eigen woorden. Die ‘afkeuring’ was in feite een pijl in de hiel waarmee Rutte moet blijven lopen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden