Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Jules Deelder was jazz, drugs en Sparta

PlusTheodor Holman

Jules Deelder heb ik maar drie keer ontmoet en ik heb hem altijd beschouwd als een held en een vriend. 

Hij was een dichter zoals je zelf een dichter wilde zijn; aan hem kleefde het ouderwetse motto: seks, drugs en rock-’n-roll, hoewel ik zelf denk dat het vooral drugs, jazz en Sparta was.

Zijn gedichten zijn komisch, ritmisch, typisch Rotterdams, nu eens zijn het gevonden regels, dan weer ontroerende herinneringen, absurde ideeën of soms is het een zin die bij je naar binnen kruipt om daar voor altijd te blijven.

Zijn optredens waren on­vergetelijk. Daar kwam hij het toneel op. In een scherp ge­sneden zwart pak, zonnebril, haar strak naar achteren gekamd, en dan begon hij: “Aan welke kant ziet mijn hoofd er het beste uit?/ Aan de binnenkant.”

Ik heb duizenden en duizenden keren aan dit gedicht gedacht als ik in de spiegel keek. Jules is namelijk een dichter van wie je de verzen, of je wil of niet, uit je hoofd kent. Zijn Blues on Tuesday: ‘Geen geld/ Geen vuur/ Geen speed/ Geen krant/ Geen wonder/ Geen weed/ Geen brood/ Geen tijd/ Geen weet/ Geen klote// Geen donder/ Geen reet.’

Poëtisch door de alliteratie en de herhaling, maar ook door het schijnrijm speed, weed, weet, reet.

Jules haalde zijn inspiratie uit alles. Hij zoog het dagelijks leven leeg, hij kon taal peuren uit de tegels van de stad, uit de geschiedenis – en dan vooral uit de Tweede Wereldoorlog. ‘Den volgenden/ middag om zes uur// werd ik door/ Hitler ontvangen// Ik had hem nog/ nooit gezien.’ Waarom ik dit gedicht heb onthouden, weet ik niet.

De eerste keer dat ik Deelder ontmoette, was bij uitgeverij Nijgh in Amsterdam. We gingen samen naar een café waar zich later wat vrienden bij ons voegden. Jules vermaakte ons met wel twintig uitdrukkingen voor ‘hij is dood’: “Hij heeft een houten pak aangetrokken, hij ziet tegenwoordig het gras van onderen groeien, zijn hart is de oude stationsklok.”

Wat gaan we hem missen. Zwart, maar meer dan kleurrijk. Verheven poëzie van de straat. Gewoon ongewoon.

Last Call heet een gedicht: ‘Die avond was/ de waarheid weer// tot enkele woorden teruggebracht// Toen ging de bel/ Het was de Dood// Hij vroeg of ik/ Van Deelen was.’ Een gedicht met een knipoog naar De tuinman en de dood.

Toen was het niet Van ­Deelen.

Vandaag wel.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden