Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Juist binnen het corps wemelt het van de jongemannen die slachtofferschap gretig omarmen

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Een aantal jongens ging op een besloten ‘herendiner’ van het Amsterdamse corps als vanouds tekeer. Vrouwen waren niets meer dan ‘hoeren’ en ‘sperma-emmers’, wier ‘nekken je moet breken’. Vanuit de zaal werd de geweldsfantasie instemmend beantwoord. Op commando riepen de tafelgasten luidkeels: ‘hoer!’. De bleue stemmen galmden door de ruimte en namen de klank aan van slaafsheid, doodsangst, vermengd met de lompe geilheid van brugklassers tijdens een biologieles over neuken.

Daarna barstte de voorspelbare kermis los. Maatschappelijke verontwaardiging, geschoktheid, gevolgd door sarcasme over die geschoktheid. Het dreigen met het dichtdraaien van de geldkraan, een vleugje Hollandse cultuuroorlog op Twitter: ‘Die rot-Halsema had Akwasi zijn vergunning nooit afgepakt!’ (zelfs nu hadden de vrouwelijke burgemeester en de blaka man het weer gedaan.)

En dan was er natuurlijk de brief van talloze corpsvrouwen die deze vrouwenhaat in hun vereniging woedend verwierpen. Moedig, zeker voor wie nog weet hoe schrijver en journalist Milou Deelen een paar jaar geleden werd verstoten toen zij de strijd aanbond met de slutshaming-cultuur binnen het corps.

En ja, het klopt: dit proletengezelschap draait natuurlijk volledig om het instandhouden van grove klassen-ongelijkheid, om de bescherming van de positie van de happy few boven die van gewone stervelingen. En corpsvrouwen maken daar evengoed deel van uit als corpsmannen. Toch dient verzet tegen misogynie altijd volmondig te worden gesteund, zonder whatboutisms.

Bij mij bleef vooral het aftreden van Heleen Vos als bestuursvoorzitter van het Amsterdams Studenten Corps hangen. Zij had zich na eerdere misstanden juist zo hard gemaakt voor een ‘cultuuromslag’ en was moegestreden. De cultuuromslag is populair in ons polderlandschap. Wanneer zich een onwenselijke situatie voordoet, wordt heel vaak gesproken over de noodzaak tot zo’n cultuuromslag (‘Nieuwe bestuurscultuur!’).

Maar het probleem van zo’n oproep is dat het de verantwoordelijkheid voor bepaald gedrag in zekere zin weghaalt bij de verantwoordelijken. Men impliceert dat het individu nu eenmaal wordt aangezet tot onwenselijk gedrag door de cultuur van het collectief. Tot op zekere hoogte is dat natuurlijk zo, maar het gevaar is dat de plegers ten onrechte worden neergezet als willoze slachtoffers.

En laat het nu juist binnen het corps wemelen van de jongemannen die dat slachtofferschap gretig omarmen. Aangezet door sneue goeroes zien zij geen tijdperk dat noopt tot grondige, kritische zelfreflectie op ingesleten, kwalijke rolpatronen. Nee, in hun narratief is juist de man het slachtoffer, want: de man mag geen man meer zijn. Hij moet maar met lede ogen, als een dociel schaap, toezien hoe vrouwen en minderheden een steeds grotere bek opzetten en zijn natuurlijke plek aan de top van de apenrots ondermijnen.

Wanneer mensen geloven in de orde der natuur, heeft praten over veranderingen in de cúltuur weinig zin. Dan krijg je hooguit sociaal wenselijk gedrag voor de bühne, tot het moment waarop men zich even onbespied waant en denkt: ‘allemaal leuk en aardig, maar dit is onze ware aard.’ Wie dit giftige gedrag voorgoed de kop in wil drukken, richt zijn pijlen beter op het biologische superioriteitsdenken dat steeds meer aan terrein wint.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden