Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Josette Clotis heette ze, schrijfster en journaliste

PlusMaarten Moll

Saint-Chamant. Wanneer we er ook doorheen reden, we zagen op dezelfde plek een oude man met een emmer lopen. Hij was vast niet ingehuurd door het Office du Tourisme om een authentieke bewoner te ­spelen, maar wat hij wel met die emmer deed bleef een raadsel.

Een verweerde, gebutste emmer, uiteraard.

En niet altijd droeg de man een pet.

Verder raasde het verkeer over de Avenue du Fidèle (de D1120) richting Argentat, of richting Tulle.

In Saint-Chamant stopte niemand.

Er is ook niet veel te zien.

Een pharmacie, een oude garage, het postkantoor, een café. Een fraaie kerk uit de twaalfde eeuw met een houten kap.

Hotel Chez Gilberte staat te koop. (U ziet de aflevering van het televisieprogramma Ik vertrek al voor u.)

Een nietszeggend dorp, zo op het eerste gezicht.

Maar niets is zonder geschiedenis.

De Franse schrijver André Malraux (La condition humaine) heeft in de Tweede Wereldoorlog voor een periode in Saint-Chamant gewoond, hoorde ik van ­collega S., die in de buurt van Argentat resideert. Hij vertelde ook dat op het treinstation van Saint-Chamant de benen van de toenmalige geliefde van Malraux eraf waren gereden.

Op het met houten pallets gebouwde terras van L’air de famille, pal aan de drukke weg, zocht ik op mijn telefoon naar die lugubere gebeurtenis.

Josette Clotis heette ze, schrijfster en journaliste. Begin november 1944 bracht ze haar moeder naar de trein, gleed uit, kwam op het spoor terecht en werd gegrepen door de trein. Een paar dagen later overleed ze in het ziekenhuis van Tulle, 34 jaar oud.

Er rijden geen treinen meer door Saint-Chamant.

Wel is een weggetje achter het café, vlak bij waar het station was, vernoemd naar Malraux, die in de oorlog bij het verzet zat (en daar uitvoerig voor werd gedecoreerd).

Maar is er niets dat aan Josette Clotis doet herinneren. Zo onzichtbaar en hard is de geschiedenis.

Nog meer drama: de twee zonen die ze met Malraux kreeg, kwamen in 1961 om bij een auto-ongeluk. 17 en 20 waren ze. Ze liggen wel bij haar in haar graf in ­Charonne, ver weg van Saint-Chamant.

André Malraux werd in 1996 bijgezet in het Panthéon in Parijs, waar hij onder anderen Victor Hugo en Émile Zola gezelschap houdt.

Misschien dat hij zijn beide zonen er verschrikkelijk mist.

We dronken koffie op het caféterras, en op nog geen vijftig centimeter gierden de vrachtwagens met hooibalen en boomstammen voorbij. De lichte angst door die gevaartes gegrepen te worden. Of een losgeschoten baal of stam op tafel te krijgen.

Verder maakte niemand op het terras zich zo te zien ook maar ergens druk om.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden