Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Jongste Dochter herinnerde zich niets van de val van haar fiets

PlusMaarten Moll

Een hersenschudding, een klaplong, een gescheurde milt.

En als bonus, want dat wisten we nog niet, drie gebroken ribben.

Plus een nacht op de intensive care.

Het was ernstiger dan we aanvankelijk dachten.

Gisterochtend zat ik aan haar bed in het OLVG West.

Jongste Dochter kon zich niets herinneren van de val van haar fiets in de nacht van zaterdag op zondag. Ze schaamde zich.

Ik zag de tranen, en ik kuste ze weg. Ik zei dat ze zich nergens over hoefde te schamen.

We waren even stil, en ik pulkte aan de wikkel van een extra grote Twix die ik voor haar had gekocht.

Haar voeten staken onder het laken vandaan.

Ik keek ernaar. Zou ik ze zonder haar benen en de rest van haar lichaam herkennen?

Blauwe nagellak die aan het afbladderen was.

“Je had je teennagels weleens mogen knippen voor je hier kwam te liggen,” zei ik.

“Ja,” zei ze. “Awkward.”

De radioloog kwam binnen, hij liep achter een machine waarmee hij foto’s van haar buik ging maken.

Ik mocht meekijken. Ik zag van alles bewegen.

“Hé, daar is de tweeling,” ontglipte me.

Jongste Dochter moest toch een beetje lachen, al leed ze pijn. De radioloog deed net alsof hij niets had gehoord en maakte foto’s. Ik brak een Twix in stukken.

Nadat ik haar had gevoerd, pijn in de ene arm en een infuus in haar andere arm, vroeg ze aan een van de ­aardige verpleegkundigen wanneer ze uit bed mocht.

“Je wilt zeker zelf naar het toilet?”

“Ja, heel graag,” zei Jongste Dochter.

“Ik wil je wel helpen met poepen, hoor,” zei ik veel te snel en onnadenkend. En met een groot gevoel van opluchting, want tussen radioloog en verpleegkundige had een jonge arts – ik begreep nu ook waar dat awkward op sloeg – verteld dat ze die middag van de ic af ging.

“Dat hoeft echt niet hoor, pap,” zei Jongste Dochter lief, maar standvastig.

Daarna tilde ze haar ziekenhuisjasje op, omdat ik heel graag de bedrading wilde zien.

Een buis waar bloed doorheen liep. Een kabel naar haar vinger, een naar haar arm, en een naar haar lies (daar hadden ze een draadrobotje naar binnen gestuurd om een ader die bloed naar haar milt pompte dicht te branden). Dan was er die drainage voor de ­klaplong, en over haar buik liep een set kabels in de kleuren wit, rood, groen, geel en zwart, die weer op allerlei machines waren aangesloten.

“Als ik in je neus knijp, gaan er dan overal lampjes knipperen en belletjes rinkelen?”

Jongste Dochter keek me alleen maar aan en streelde mijn hand.

Toen voelde ik eindelijk de tranen komen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden