Opinie

‘Jongeren zijn net zo essentieel voor de stad als leraren’

De nieuwe huisvestingsverordening biedt geen uitzicht voor Amsterdamse jongeren met een laag inkomen, stelt Achraf El Johari, initiatiefnemer Netwerk Amsterdamse Jongerenhuisvesting. 

The Student Hotel aan de Wibautstraat. Beeld Charlotte Odijk

Vanaf vandaag is er eindelijk een potentieel lichtpuntje voor woningzoekende Amsterdamse jongeren: de nieuwe huisvestingsverordening voor 2020. De nieuwe verordening bevat een aantal interessante wijzigingen ten opzichte van vorig jaar. Een van deze wijzigingen is de lokale voorrang voor Amsterdamse jongeren die binding hebben met de stad. Deze hand­reiking is opmerkelijk, want de afgelopen tien jaar is deze groep juist verdrongen in het beleid dat werd gevormd in de bubbel van de Stopera.

Het ‘opwaarderen’ van buurten is de doodsteek geweest voor veel Amsterdamse jongeren uit lagere sociaal-economische posities. Zij hebben met lede ogen moeten aanzien dat de ontwikkelbuurten waar zij opgroeiden, veranderden in yuppenwijken. Het gebrek aan voorrang voor deze groep jongeren met buurtbinding en de verkoop van sociale huurwoningen hebben ervoor gezorgd dat zij niet konden profiteren van de verbetering van hun eigen buurt.

Het resultaat is dat Amsterdamse jongeren zonder grote zak met geld noodgedwongen thuis blijven wonen en zich in rare bochten moeten wringen om uit wanhoop toch een plek voor zichzelf te vinden in de stad. Amsterdam is onderdeel van de identiteit van deze jongeren, en dat maakt de schaarste op de woningmarkt voor hen een stuk complexer.

Open stad

Veel bedrijven kapitaliseren op de wanhoop van deze jongeren. Denk bijvoorbeeld aan projecten zoals Change= en The Student Hotel. Jongeren die met veel geluk een woning krijgen via WoningNet komen terecht in een verstikkend jongerencontract van vijf jaar. Een contract dat als een race tegen de klok wordt er­varen met de onmogelijke opgave een andere woning te zoeken in de verhitte woningmarkt. Vaak geven jongeren de strijd op en gaan zij op zoek naar een woning buiten Amsterdam.

Vrijwel alle randgemeenten hebben in tegenstelling tot Amsterdam voorrangsregelingen voor jongeren met binding. Amsterdamse jongeren komen daar niet tussen. De nieuwe voorrangsregeling voor Amsterdam is noodzakelijk om dit ongelijke speelveld recht te trekken.

Voor een deel van de politiek doet de voorrangsregeling afbreuk aan het ideaal van de ‘open stad’. In tijden van schaarste moeten ­keuzes worden gemaakt. Het is niet gek dat dan wordt gekozen voor groepen die al jaren worden achtergesteld in beleid. Kijk bijvoorbeeld naar de voorrangsregeling die geldt voor leraren, waar ik geheel achter sta. Jongeren zijn net zo essentieel voor de stad als leraren. Amsterdam is op dit moment open voor iedereen met een grote zak geld, en niet voor de Amsterdamse woonstarter.

Het is naïef om te denken dat de voorrangs­regeling alle problemen inzake Amsterdamse jongerenhuisvesting zal oplossen. Amsterdamse jongeren hebben vooral baat bij een systeemverandering, waarbij de extreem hoge tekorten in jongerenhuisvesting met meer urgentie en voortvarendheid worden aangepakt. In Am­sterdam kunnen wij met een tekort van tussen de 8000 en de 23.000 jongerenwoningen namelijk gerust spreken van een crisis.

Leven opbouwen

Er moet daarom systematisch gemonitord en geacteerd worden op de specifieke woonvraag van Amsterdamse jongeren. De wethouder zou met een concrete jongerenvisie moeten komen op het huisvestingsbeleid. De politieke discussie over jongerenhuisvesting moet op een hoger niveau gevoerd worden dan het maximale aantal vierkante meters voor jongerenwoningen binnen en buiten de ring. Daarvoor is het belangrijk dat de politieke mindset verandert: we kunnen niet meer van jongeren vragen een leven op te bouwen vanuit een studentenwoning van 16 vierkante meter met het labeltje ‘jongerenwoning’.

Ik houd goede hoop dat de voorrangsregeling een voorbode is van een politieke trendbreuk, waarin de belangen van jongeren serieus worden genomen. Helaas lijkt het gemeentebestuur haar lesje niet te hebben geleerd. De ­letters van Iamsterdam staan op dit moment voor het stadsdeelkantoor te pronken in het veryupte Amsterdam-Oost, op het Oranje-­Vrijstaatplein. Het is een grove belediging aan het adres van verdreven buurtbewoners, die zich goed realiseren dat de boodschap van Iamsterdam niet voor hen is weggelegd.

Achraf El Johari. Initiatiefnemer Netwerk Amsterdamse Jongerenhuisvesting.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden