Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

‘Jij slaat je kinderen vast niet, hè?’

Plus Femke van der Laan

Ik had gevraagd of ik erbij mocht komen zitten. Aan de man op het bankje in het park. Het leek me een man die dat fijn zou vinden, zo’n vraag. Hij had ‘vanzelfsprekend, dame’ gezegd en me op de vlekken gewezen. ­Vogelpoep, precies in het midden. Daarom zitten we nu ver uit elkaar. Ik aan de ene kant van de bank, vlak bij de prullenbak, hij aan de andere kant. De witte vlekken tussen ons in. Ik wacht op een vriendin. De man lijkt niet te wachten.

“Zo liepen wij niet, vroeger.” We kijken allebei de man na die zojuist langskwam met een kinderwagen. Hij loopt er schuin achter. Met zijn rechterhand houdt hij de wagen aan de linkerkant vast. De man is lang. Als hij recht achter de kinderwagen zou lopen, dan zou hij bij elke stap zijn schenen stoten tegen de hardplastic rand onder aan het frame. “Ik vond het prachtig, hoor, die leeftijd. Maar je liep gewoon niet achter een kinder­wagen.”

De man wijst naar mijn trouwring. “Heb jij kinderen?”

Met mijn andere hand steek ik drie vingers op.

“Zo.”

“Ja.”

“Je slaat ze vast niet, hè?”

Ik moet lachen om zijn vraag. “Nee.”

“Mijn moeder heeft mij één keer geslagen. Eén keer. Daarom weet ik het ook nog zo goed. Het is al zeventig jaar geleden, maar ik voel haar hand nog. Drie keer, op mijn billen.”

De man schuift wat naar voren op zijn hoekje van de bank. Wat had u gedaan, wil ik vragen, maar hij gaat al verder. “Ik had de was van de onderbuurvrouw vies ­gemaakt. Hij hing aan de lijn, in haar tuin, en ik was erop gaan spugen vanaf boven. Stukjes aardbei. De ­onderbuurvrouw was komen klagen.” De man kijkt in de richting van de vader met de kinderwagen. Hij is weg. Dan kijkt hij weer naar mij. “Mijn moeder heeft me mee naar beneden genomen. Op straat, voor het raam van de onderbuurvrouw, gaf ze me die drie tikken. ­Alleen maar zodat de onderbuurvrouw kon zien dat ze haar kind heus wel opvoedde.”

De man steekt zijn hand in het linnen tasje dat bij zijn voeten staat. Hij haalt een klein doosje aardbeien ­tevoorschijn. “Rond deze tijd van het jaar moet ik er toch altijd weer aan denken.”

Hij kijkt nog een keer opzij. “Ik heb heel lang gedacht dat ik mijn kinderen later vaker zou slaan. Meer dan één keer. Omdat ze het dan zouden kunnen vergeten.”

“En?”

“Nee.” De man stopt de aardbeien weer terug. “Niet slaan is beter.”

Over de vogelpoep heen glimlacht de man mijn kant op. “Maar je liep gewoon niet achter een kinderwagen.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden