Opinie

'Jihadkinderen mogen dus verrekken'

Het CDA laat Nederlandse staatsburgertjes barsten, schrijft Ulli Jesserun d'Oliveira. Er zijn ethische en juridische argumenten voor een minder schaamteloos beleid.

Kinderen uit gezinnen van IS-strijders in een Koerdisch opvangkamp in Irak Beeld Reuters

Als representant van de onomstotelijke joods-christelijke Nederlandse cultuur - van Joodse ­oorsprong maar Evangelisch-Luthersch gedoopt, en overigens atheïst - mag ik allicht ­vragen of van die beschaving ook deel van uitmaakt de gedachte, beleden in staand overheidsbeleid, dat Nederlandse kinderen van uitgereisde jihadisten in Syrische kampen maar moeten verkommeren en verrekken. Ik dacht van niet, maar ik kan me natuurlijk vergissen.

Die Nederlandse kinderen, het zijn er naar schatting een stuk of tachtig, leven onder ­erbarmelijke omstandigheden in kampen, met gebrek aan vrijwel alles, in de eerste plaats ­veiligheid. Het overheidsbeleid is duidelijk: er wordt geen poot uitgestoken naar jihadisten en hun kroost.

Als ze naar Nederland willen ­komen, dan moeten ze dat maar op eigen kracht zien te rooien. Weten ze een Nederlandse diplomatieke post te bereiken, dan worden ze bij de gratie Gods gevankelijk naar Nederland vervoerd om daar verder te worden be­jegend: ouders worden meteen in preventieve hechtenis genomen.

Wat de kinderen betreft, die worden door de AIVD weliswaar als slachtoffers van IS beschouwd, maar tegelijk als een potentieel ­gevaar voor de Nederlandse samenleving. Daarom kunnen ze maar beter blijven waar ze zijn, zolang als het duurt.

Levensbedreigend
Nu zijn er twee regeringspartijen die een lichte verzachting van dit joods-christelijke beleid willen aanbrengen. Als de situatie van de kinderen levensbedreigend is, moet Nederland de kinderen terughalen, aldus Joël Voordewind (ChristenUnie) en D66 sluit zich daarbij aan. Arno Rutte (VVD) is het daarmee oneens: "We kunnen wel noodhulp geven, maar kinderen van jihadgangers moeten niet kunnen terug­keren. Voor je het weet komen de ouders erachteraan."

Gezinshereniging hoort niet tot de joods-christelijke cultuur, en het beleid dat geldt voor buitenlandse asielzoekers - opvang primair in eigen regio - wordt overgeplant op eigen burgers: noodhulp in vreemde regio. Hoe stelt hij zich dat trouwens in de praktijk voor? Gaat de IND in de kampen rond voor de triage van noodgevallen om die pakketjes eten, school en ziekenzorg uit te delen? Het ene kind wel, het andere niet?

Op 23 januari heeft minister Grapperhaus na het dinsdagse vragenuurtje aan de pers verklaard: "Wij halen geen mensen terug die zich in het strijdgebied bevinden. Ik vind het ook heel schrijnend dat kinderen zijn meegenomen naar het strijdgebied." Het CDA, kampioen van de joods-christelijke cultuur, laat Nederlandse staatsburgertjes barsten. Dat is pas schrijnend. Overigens gaat het in een flink aantal gevallen om kinderen, baby's, die daar geboren zijn, en niet meegenomen.

Kinderverdrag
Afgezien van de ethische kant zijn er ook nog wel wat juridische argumenten voor een minder schaamteloos beleid. Daar is in de eerste plaats artikel 3 van het VN Kinderverdrag, dat van de aangesloten staten eist dat 'bij alle maatregelen betreffende kinderen' de belangen van het kind de eerste overweging vormen.

'Staten dienen bescherming en zorg te bieden die nodig zijn voor hun welzijn (....) en nemen hiertoe alle passende wettelijke en bestuurlijke maat­regelen.' Kennelijk beschouwt onze regering ­totale passiviteit als passend beleid ter behartiging van de belangen van deze Nederlandse kinderen.

En dan hebben we ook nog een Protocol bij het Europese Mensenrechtenverdrag, dat in absolute termen zegt dat mensen het recht hebben hun land te verlaten en daarheen terug te keren. Om dit recht te verzekeren mag de staat zijn burgers best een helpende hand toesteken, zeker als het kinderen betreft.

Dat geldt ook voor hun ouders, meestal de moeders, onder wie een aantal bekeerlingen die uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezitten, en wie - oh joods-christelijke beschaving - het Nederlanderschap niet ontnomen kan worden.

Aan mensen die tot Nederlander genaturaliseerd willen worden, wordt voorgehouden dat zij de normen en waarden van de Nederlandse joods-christelijke natuur, die zo hoogstaand is, moeten omarmen, en dat het Nederlanderschap het hoogste is dat zij kunnen bereiken.

In haar beleid voor Nederlandertjes in het oorlogsgebied in het Midden-Oosten en hun ouders laat de regering goed zien hoe zij zich als goede Nederlanders hebben te gedragen: keihard.

Ulli Jessurun d'Oliveira, emeritus-hoogleraar ­emigratierecht UvA, adviseur Prakken d'Oliveira, human rights lawyers
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden