Opinie

‘Jeugdzorg gaat ten onder aan slecht beleid’

De hervormingen in de jeugdzorg hebben voor een ravage gezorgd. Personeel brandt op en de zorg aan kinderen gaat achteruit in kwaliteit en kwantiteit, schrijft FNV-bestuurder Maaike van der Aar. 

Personeel uit de jeugdzorg bij een bijeen­komst van de FNV over de aangekondigde acties. Beeld Hollandse Hoogte / Joyce van Belkom

“Het lijkt wel alsof we alleen maar bezig mogen zijn met symptoombestrijding. Dat gebeurt bij meerdere kinderen en dat gaat aan je vreten.

De werkdruk is te hoog: we kunnen niet meer datgene doen waarvan we weten dat het werkt.”

De jeugdzorgwerker breekt, haar emoties ­zitten hoog. Ze voert al bijna drie jaar actie. De landelijke campagne ‘KwaliTIJD voor het Kind’ is begonnen met twee jeugdzorgwerkers uit Amsterdam, samen met de FNV. Duizenden jeugdzorgwerkers hebben zich verenigd in die campagne. Zij trekken samen op tegen het ­(lokale) overheidsbeleid in de jeugdzorg, want er gaat iets gruwelijk mis. Zo mis dat jeugdzorgwerkers de noodzaak zien om aanstaande maandag, 2 september, te staken.

Het is een bijzondere gebeurtenis in de ­geschiedenis van de jeugdzorg. Staken zit niet in de aard van jeugdzorgwerkers; zij kiezen ­altijd eerst voor de cliënt, zelfs tot ver over hun eigen grenzen. Maar niks doen is geen optie meer, want de jeugdzorg gaat kopje onder.

In 2015 werd de jeugdzorg in handen gegeven van de gemeenten. Meteen werd 450 miljoen bezuinigd. In de jaren erna steeg de vraag naar jeugdzorg met 13 procent. Tegelijk werd verwacht dat het allemaal anders en beter zou ­worden; het moest efficiënter, dichterbij, ­goedkoper. Deze combinatie van opdrachten blijkt vijf jaar later een onmogelijke.

Huis verbouwen

Stel je voor dat je een huis moet verbouwen met een team van tien mensen, maar door een ­bezuiniging moeten er twee weg. Dan moet het huis ineens twee keer zo groot worden. Er zouden twee mensen bij moeten komen, maar daar krijg je niet de middelen voor. Wel krijg je deadlines en moet je elke vijf minuten je werk ­registreren.

De verbouwing loopt vertraging op. Door de oplopende druk haken ook nog eens twee collega’s af en worden twee langdurig ziek. Er zijn nu echt meer mensen nodig. En betere materialen.

Je zoekt naar een nog efficiëntere manier van werken. Je wilt dat overleggen met je team, maar je team heeft daar geen tijd voor, want deadlines naderen en jullie lopen al achter. De opdracht en voorwaarden blijven echter zoals ze zijn: het moet mooi worden en op tijd af. ­Fouten maken mag niet.

Intussen krijg je tijdens het project concurrentie van 200 andere bouwbedrijven. Zij zeggen dat ze het beter en goedkoper kunnen. Je vreest voor je baan, dus je werkt nog harder. Je wilt zo graag goed werk leveren, maar je ziet dat het er zo niet mooier op wordt.

Onmogelijke combinatie van factoren? Ja. Toch ga je het doen. Het gaat hier namelijk niet om het metselen van een muur, maar om zorg en hulp aan kinderen. Je weet dat continuïteit belangrijk is. Hetzelfde geldt voor aandacht, liefde en zorg. Een fout maken kan letterlijk ­dodelijk zijn. En je bent er persoonlijk verantwoordelijk voor.

Dit is de jeugdzorg in ons welvarende Nederland. Dit moeten we niet willen ‘doorontwikkelen’, we moeten het tij willen keren. Want de ­ravage is inmiddels groot.

Hugo de Jonge

Daar hebben we de lokale politiek bij nodig en de verantwoordelijk minister, Hugo de Jonge. Helaas hebben we niet eerder zo’n onwrikbare minister meegemaakt. Het is ons oprecht ­onduidelijk waarom. Er is genoeg geld en de sector is niet onwelwillend, maar dit kabinet heeft in 2018 en 2019 miljarden op de plank ­laten liggen. Weet de minister dan niet hoe erg het is? Jazeker wel, jeugdzorgwerkers en FNV luiden al bijna drie jaar de noodklok. Verzin het en we hebben het gedaan.

Wat nu nog goed gaat, komt omdat de sector drijft op de loyaliteit van jeugdzorgwerkers.

Op het feit dat zij principieel niet loslaten. Dat draagt de sector. Bij het zorgvuldig inzetten van deze kracht, kan de sector floreren. Bij het uitputten van die kracht, is de sector verloren.

Men brandt op, loopt weg, wordt ziek of, in het beste geval, levert in op kwaliteit en kwantiteit. Het elastiekje, dat steeds verder wordt uitgerekt, staat op knappen. Er is een ijsberg in zicht.

Wij willen dat op Prinsjesdag de tekorten ­worden aangevuld. En wij willen zorg voor ­medewerkers, zoals een passende cao. Het ­bedrag dat de minister nu biedt, is niet voldoende om de tekorten te vullen. Het is ­bovendien niet geoormerkt.

Dus in alle hysterie rondom het zogenaamde ‘extra geld’ is er geen garantie dat dat geld dan ook naar jeugdzorg gaat. In gemeenten met ­forse tekorten op de jeugdzorg – zo’n 75 procent van de gemeenten, waaronder Amsterdam, met een tekort van 37 miljoen euro – is het namelijk niet ondenkbeeldig dat dit geld gaat naar ­achterstallig onderhoud van andere zaken.

De weg die de minister wil bewandelen, is wat ons betreft verkeerd. Het inzetten van veranderingen zonder realistisch budget? Dat suggereert dat veranderen nog mogelijk is. Wij gaan daar niet langer in mee. Men is bezig met ‘niet verdrinken’. In dergelijke nood is er geen ruimte voor de stortvloed aan ‘veranderopgaven’ die van boven over de sector worden uitgestrooid, maar die niet worden gefaciliteerd.

De jeugdzorg is in crisis. Wij willen regie, een langetermijnvisie en structurele investeringen van minister De Jonge. Er blijkt veel druk nodig om hem daartoe te bewegen. We ­kijken uit naar Prinsjesdag. Dan zal duidelijk worden of deze minister van plan is om te investeren in ons aller welzijn en in de mensen die daarvoor zorgen.

Maaike van der Aar. Bestuurder FNV Zorg en Welzijn – Jeugdzorg
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden