Opinie

Jet Bussemaker: 'Onderwijs moet motor van emancipatie blijven'

Gelijke kansen in het onderwijs staan onder druk en afkomst is te vaak bepalend voor de toekomst, waarschuwt Jet Bussemaker maandag in haar speech bij de VU. Een verkorte versie van haar betoog.

Eerstejaars studenten op de Nieuwmarkt Beeld Maarten Brante

Ons onderwijs is van oudsher de stuwende kracht achter emancipatie. In 1960 was nog maar 2 procent van de bevolking hoger opgeleid. Nu is dat 45 procent. Het is belangrijk om die vooruitgang steeds te blijven toetsen aan het ideaal van gelijke kansen. Zeker als de wereld voortdurend in beweging is.

Elke verandering in de maatschappij is voelbaar in de klas, de studiezaal en de praktijkvloer. Als minister heb ik daarom veel aandacht gegeven aan wat het hoger onderwijs moet bieden om jongeren klaar te stomen voor die wereld: stevige persoonlijke vorming, een brede blik en in verbinding staan met de wereld. Maar daaronder moet een stevig fundament liggen van gelijke kansen voor iedereen.

Onderwijskansen
Zowel de OESO als de Onderwijsinspectie heeft ons onderwijs dit jaar doorgelicht. En met de conclusies mogen we blij zijn. Ons onderwijs doet het goed - ook op het gebied van gelijke kansen.

Maar die kansen staan wel onder druk: de onderwijskansen van kinderen van lager en hoger opgeleide ouders beginnen verder uit elkaar te lopen. De overgang van de basisschool naar de middelbare school verloopt niet gelijk en de verschillen naar sociale afkomst nemen op de middelbare school verder toe. En ook bij de overstap van hbo naar universiteit zijn die verschillen zichtbaar.

Aanvullende beurs

We moeten als samenleving aan de bak - en dus ook het onderwijs. De invoering van het ­studievoorschot wordt soms - en vooral door de tegenstanders - gezien als een obstakel voor die gelijke kansen. Dat kan ik begrijpen vanuit het idee dat het enger is om geld te lenen dan te krijgen.

Maar daar staat tegenover dat het geld nu juist terecht komt bij degenen die het harder nodig hebben: jongeren met minder kansen. Ongeveer een kwart van alle studenten krijgt een aanvullende beurs. Die aanvullende beurs is geen lening, maar een gift.

Bovendien komt met het studievoorschot ook structureel een miljard euro per jaar beschikbaar. Dat geld gaat rechtstreeks naar het hoger onderwijs. Naar gelijke kansen. Naar vernieuwing. Naar meer docenten en meer persoonlijke begeleiding.

Selecteren
Daarnaast heb ik ook de informatie voor aan­komende studenten verbeterd. De studiebijsluiter, de studiekeuzecheck en de aanmelding voor 1 mei zorgen ervoor dat je al voor je studie weet waar je aan toe bent. Dat helpt studenten om tijdig na te denken over hun toekomst - juist ook als je dat niet van huis uit meekrijgt.

Beeld anp

Jet Bussemaker

is Minister van Onderwijs. Dit is een verkorte versie van de speech die ze maandagmiddag houdt bij de VU als aftrap van het academisch jaar.

In het hoger onderwijs mogen sommige opleidingen selecteren bij de toelating. Bijvoorbeeld bij kunstopleidingen, waar aanleg en talent extra belangrijk zijn. Maar ik wil wel dat het hoger onderwijs toegankelijk blijft voor iedereen.

Daarom roep ik instellingen op om hier heel terughoudend en zorgvuldig in te zijn. Selectie mag geen groepen benadelen of kansengelijkheid ondermijnen.

Slavernijverleden
Alle aspirant-studenten moeten zich onbelemmerd en zelfverzekerd kunnen aanmelden. En omdat ik wil voorkomen dat geld een belemmering is, sta ik niet toe dat selecterende opleidingen een eigen bijdrage voor die selectie vragen aan studenten.

Met deze maatregelen zijn we er nog niet. Ik heb drie voorwaarden geformuleerd die ervoor zorgen dat het Nederlandse onderwijs een motor van verheffing en emancipatie blijft. De eerste voorwaarde is een welkome, inclusieve en stimulerende cultuur op scholen en universiteiten. Een sense of belonging voor elke student - wat je achtergrond, bagage of levensbeschouwing ook is.

Dat begint al voor je aan je studie begint. Nieuwe studenten worden wegwijs gemaakt door ouderejaars, zodat ze met net dat beetje meer zelfvertrouwen aan hun studie beginnen. Zeker als de universiteit voor hen een onbekende wereld is. Een inclusieve houding moet ook voelbaar zijn in het curriculum. Zo leerde ik op bezoek bij de UCLA in Californië hoe daar het slavernijverleden een plek kreeg in het onderwijs - zodat studenten uit minderheden hun achtergrond herkenden.

Soepele overgangen
De tweede voorwaarde voor gelijke kansen is soepele overgangen binnen het onderwijs. ­Zeker als je een biculturele achtergrond hebt - of als je ouders niet gestudeerd hebben. In het mogelijk maken van sociale mobiliteit is ons onderwijs altijd heel succesvol geweest. Het aantal studenten in het hoger onderwijs is in 2016 hoger dan ooit.

Door vroeg te selecteren dwingen we onszelf om talent vroeg te herkennen. Dit stimuleert gelijke kansen, mits iedereen in staat is om ook binnen het onderwijs de juiste overstap te ­maken.

En daar lijkt het soms toch aan te schorten. In de overstap van mbo naar hbo en van hbo naar universiteit zien we dat de keuzes van jongeren met lager- en hogeropgeleide ouders steeds vaker uiteen lopen. Met andere woorden: het lijkt erop dat je afkomst te vaak van belang is voor je toekomst. Als we daar niet nu mee aan de slag gaan, creëren we vanzelf gescheiden werelden.

De derde voorwaarde voor gelijke kansen gaat over verder kijken dan docent en school. Een tante of een buurman. De voetbaltrainster en de scoutingleider. De maatschappelijk werker en de werkgever. Talenten herkennen en kansen geven is een missie voor ons allemaal.
Want iedereen kan een held zijn voor iemand anders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden