Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Jean-Louis is geen dier, geen ophokvee dat je zomaar stalt

PlusRoos Schlikker

Ik ontmoette Jan ooit in het ziekenhuis. Mijn vader was erheen gebracht omdat het hem handig leek een rondje te fietsen met de herdershond (gevolg: over de kop geslagen, lever gescheurd), Jan leek het handig een keukentrapklusje te doen (hiel en elleboog verbrijzeld). Ze vonden elkaar in morfinepraat en montere relativering. “Au.” “Komt goed.” “Ja, man. Komt goed.”

Nu maken we een wandeling na een mail van Jan waarin hij vraagt: ‘Wil je eens naar mijn verhaal luisteren?’ Erbij zit een digitaal dossier vol observaties. ‘Zeer gespannen met stereotype bewegingen. Blauwe plekken op beide handruggen, schedel en aangezicht. Bloemkooloor links. Maakt vluchtig oogcontact. Aandacht: nauwelijks te trekken. Vigiliteit: zeer sterk verhoogd. Tenaciteit: zeer sterk verhoogd.’

Een dier. Dit moet over een dier gaan, denk ik. Maar nee. Het betreft Jean-Louis, Jans 39-jarige zoon, autistisch en zwakbegaafd, wonend in een instelling. Jaren geleden had hij het, vlak na zijn uithuisplaatsing, naar zijn zin. “Hij zat in een groepje met andere autisten, er was een duidelijke dagindeling, vast personeel. Prima.” Maar op een dag wandelden efficiencyboeren binnen die besloten dat alles goedkoper kon.

“Het plaatsingsbeleid werd gestoeld op budget. Kortom: minder groepen en meer labeltjes bij elkaar. Van moeilijk opvoedbaar tot Down tot autistisch, van alles.” Een ramp voor Jean-Louis die totaal overprikkeld raakte. Droogjes: “Mensen met het syndroom van Down zijn vaak over­sociaal. Dat mengt niet lekker met een autist.”

Dit blijkt een understatement. Jean-Louis is doodongelukkig. Hij slaapt amper, automutileert (vandaar dat bloemkool-oor), gaat tekeer. Niet als een beest, maar als een gevangen mens. Jan en zijn vrouw maakten bezwaar, voerden ellenlange gesprekken over het cliëntplan (‘dat woord alleen al’), dienden uiteindelijk een klacht in. Een jaar geleden was de uitspraak. Ze wonnen alles. Er veranderde niets. Nog altijd zit Jean-Louis in de verkeerde groep. Andere plekken zijn niet beschikbaar.

Jan pakt zijn telefoon. “Wil je ’m even zien?” Op een filmpje zingt Jean-Louis liedjes in een speelgoedmicrofoon. Zijn ogen, omrand door bambiwimpers, lachen. “Hier had hij een goede dag. Zo is het helaas vaak niet.” Jan wijst naar het koppie van zijn kind. “Kijk. Kaalgeschoren. Omdat ze bang zijn dat hij zichzelf nog meer pijn doet.”

We komen bij de uitgang van het park. Jan bedankt me. Omdat ik luisterde. Ik murmel dat anderen dat eens moeten doen. Directeuren van een stichting met winstoogmerk bijvoorbeeld. Jan grijnst scheefjes. “Komt goed,” mompelt hij als hij wegsjokt.

Ik hoop het zo. Want Jean-Louis is geen dier. Geen ophokvee dat je zomaar stalt. Hij is een jongen met lange wimpers, een speelgoedmicrofoon en een kaal hoofd omdat hij zichzelf pijn doet. Ik herhaal almaar zijn omschrijving, als een lelijk gedicht. ‘Zeer gespannen met stereotype bewegingen. Blauwe plekken op beide handruggen, schedel en aangezicht. Bloemkooloor links.’

Hoeveel gelijksoortige dossiers zijn er? We zien ze niet achter instellingsmuren, we horen ze niet omdat ze vaak niet kunnen praten, maar ze zijn met duizenden. Mensen als Jean-Louis. Een jongen met een stem. Een stem waarmee hij liedjes zingt. Het wordt tijd dat we hem horen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden