Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Je zou toch hopen dat doodsangst leidt tot discipline

PlusTheodor Holman

Het coronavirus schuimt weer hongerig langs de straten, op zoek naar mensenvlees. Het eet graag ­longen, maar ook hart en hersens. Een vijfsterrenmaaltijd. Het drinkt er graag wat koorts bij. Het liefst kluift het aan een lichaam waarin al een beetje dood zit. Daar houdt het zich ook schuil.

Onlangs hoorde ik dat het zich ook in de lichaampjes van jonge kinderen kan verbergen, om over te springen zodra die een oudere tegenkomen.

“Wilt u nu alstublieft een mondkapje dragen?”

“Nee hoor, is helemaal niet nodig hier. Er is genoeg buitenlucht.”

Eigenwijsheid is een goede eigenschap, maar kan bij gebrek aan hersens dodelijk zijn.

“En laten we anderhalve meter afstand houden.”

“Nou, een meter is ook goed, hoor. Dat hoeven we niet zo nauw te nemen.”

Je zou toch mogen hopen dat doodsangst leidt tot discipline, tot een nederige opstelling jegens wetenschap, al weet je dat die ooit gedateerd zal blijken. Maar nee. Doodsangst leidt tot vertrouwen in de eigen domheid en in de domheid van anderen.

Intelligentie is alweer ontdaan van zijn gezag en teruggebracht tot een modieuze opinie. En vervolgens treedt er een gevaarlijke mediawet in werking: hoe stommer je bent, hoe meer media-aandacht je krijg, hoe beroemder je wordt. De camera houdt niet van nuance. Kijkcijfers haal je met de kitsch van het onbenul.

Het kan het virus allemaal niets schelen. Het danst in een bedompte ruimte van ademtocht naar ademtocht tot het een opening in een lichaam heeft gevonden waar het de organen kan wegvreten.

Het ziet hoe de straten vollopen met toeristen en verheugt zich op het weerzien met zijn neven en nichten uit het buitenland. Het verwelkomt de menselijke wezens die absoluut met vakantie moesten, want die waren te moe geworden van het in eigen huis naar hun computer staren. Ze pikten wat virus mee dat ze hier met hun vakantieverhalen in uw gezicht hoesten.

“We zijn er beter op voorbereid,” zegt een medicus. Hij inspecteert zijn ziekenhuis zoals een generaal zijn wapentuig.

Het lijkt wel of de intensivecareafdelingen erom smeken gevuld te worden; de beademingsapparaten van ongeduld staan te trappelen op zoek naar lamme longen en de beschermende medische maskers grijns­lachen van sadistisch plezier.

Dat we ons verwende gedrag even moesten beheersen, hebben we ervaren als een grove onrechtvaardigheid. We zouden het virus wel even laten zien wie er de sterkste was…

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden