Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Je wilt niet laten zien dat je doodsbang bent

PlusTheodor Holman

Vermoedelijk is 90 procent van elk mens krankzinnig, en de overige 10 procent (die boven het water uitkomt) bestaat uit resten opvoeding, van de straat geraapte wijsheid en wat kalenderspreuken die je uit boeken hebt opgedaan. 

Die 10 procent moet proberen die geestelijke gestoordheid van je onder water te houden. Dat is sowieso moeilijk, maar nu helemaal.

Ik zou mezelf het liefst, als ik de straat op ga, inpakken als een arts die op de intensive care werkt, met zo’n mondkapje en zo’n masker.

Waarom? Omdat ik mezelf niet vertrouw. Ik ben slordig. En omdat ik ‘de ander’ wantrouw. Die is net zo’n egoïst is als ik.

Toch trek ik zo’n pak niet aan. Je wilt niet laten zien dat je doodsbang bent. En je wilt er ook niet belachelijk uitzien.

Wanneer ik verkleed als zo’n ic-arts door de straten zou lopen, zou ik dat bovendien aanmatigend vinden tegenover de ware heroïsche strijders voor ons leven. Alsof ik ze in de maling wil nemen. Ik wil ook niet gezien worden als een bezienswaardigheid, laat staan als echte arts.

Ik besef dat mijn hond thans feitelijk meer vrijheid geniet dan ik. Hij zit nergens mee. Hij heeft geen last van een gestoorde opvoeding, geen last van neurotische stoornissen (nou ja, niet zo veel), zijn zorgen passen in een hondenbrokje, want hij mag zich wiegen in het vertrouwen dat wij voor hem zorgen. Wij zijn voor hem geïncarneerde goden die uit het niets water en voedsel in zijn bak leggen.

Maar wie zorgt er voor ons? De overheid?

Ik zal ze wel moeten vertrouwen, maar ik doe dat met de paranoia van iemand die elk moment verwacht van achteren te worden aangevallen.

Daarnet viel er, vijftien meter voor mij, een oudere dame op straat. Ik schrok van mijn instinct: niet helpen, Theodor. Zomaar vallen schijnt ook bij corona te horen. Misschien is ze wel erg ziek, valt ze door de koorts, et cetera. En toch liep ik, met uitgestrekte hand weifelend naar haar toe, terwijl twee zielen in mijn borst schreeuwend met elkaar streden: fatsoen en lijfsbehoud. Tot mijn grote opluchting stond ze zelf op, zich vermoedelijk generend. Op vijf meter afstand kon ik alleen maar vragen of het goed met haar ging.

Had ik maar zo’n pak gehad dat ik nimmer van dichtbij hoop te zien.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden