Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Je moet een beetje gek zijn om een appel helemaal op te eten

PlusFemke van der Laan

Ik ga wandelen. Ik heb een afspraak. Hier. Maar ik ben te vroeg. Ik ben gaan zitten en heb een tijdje om me heen gekeken. Het hier is eigenlijk een soort wachtkamer, zag ik, een wacht­kamer voor wandelingen. Er komen mensen binnen, ze nemen plaats op een bankje of drentelen wat heen en weer, tot ze worden opgehaald. Dan lopen ze mee, de wachtkamer uit. Er zou een tafeltje met oude tijdschriften tussen twee bankjes kunnen staan, daarachter een rek met folders, ertegenover een bordje met het verzoek je te melden bij de assistente.

Op een van de andere bankjes zit een man. Hij was er al voor ik kwam. Hij is nog niet opgehaald. Misschien wacht hij nog, misschien heeft hij helemaal geen afspraak.

Hij eet een appel. Een hele. Eerst lette ik er niet zo op, maar nu zie ik dat hij maar doorgaat met eten, dat hij niet stopt bij het klokhuis. Nu kan ik niet meer stoppen met kijken.

Als kind, lang geleden, had ik een jongen in de klas die hetzelfde deed. In de ochtend, élke ochtend, voor het buitenspelen, at hij zijn appel, helemaal. Alleen het stokje hield hij over. Ik vond het afschuwelijk om naar te kijken, het was alsof ik het zelf voelde in mijn mond, de scherpe randjes van het klokhuis tegen mijn gehemelte, de pitjes die doorgeslikt werden, het droge kroontje op mijn tong, maar toch wendde ik mijn blik nooit af, bleef ik naar hem ­kijken terwijl ik op mijn cracker kauwde, kijken naar zijn kaken die op en neer gingen en naar de appel in zijn hand die steeds kleiner werd. Je moest een beetje gek zijn om een appel helemaal op te eten, dacht ik altijd, er was vast iets niet in orde met je dan. Tegelijkertijd voelde het alsof je met iemand die in staat was een hele appel op te eten de oorlog wel zou kunnen winnen. Het had iets heldhaftigs, iets wat met doorzetten te maken.

“Dit vind jij vies, hè?”

De man met de appel, die nu de man met het stokje is, heeft me zien kijken. Blijkbaar heb ik een beetje met mijn mond getrokken. Of met mijn neus. Of allebei.

“Ook wel stoer.”

“Maar meer vies, volgens mij.”

Ik knik en kijk de andere kant op, om te zien of ik me al kan melden bij de assistente, of ik al aan de beurt ben. Daarna draai ik mijn hoofd naar het rek met folders en vraag me af of er eentje tussen staat over het eten van voldoende fruit.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden